is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ONSTERFELIJKE TOVENAAR

I.

„ t Ziet er slecht voor je uit, Iwan Tsarewitsj. Kostsjei zal je doden.”

„Ach, als ik mijn lieve bruid toch maar één ogenblik te zien kon krijgen!”

„Kom, kom, ga nu maar slapen. Morgen trekt Kostsjei ten oorlog.”

Iwan Tsarewitsj strekte zich uit op de bank, maar de slaap ontvlood zjjn ogen.

Den volgenden dag trok Kostsjei ver van huis, en Iwan ging naar zijn paleis en klopte aan.

De Onvergelijkelijke Schoonheid opende zelf de poort en ze schreide toen ze hem zag.

Ze gingen samen naar binnen, namen plaats aan de tafel en overlegden met elkaar, wat hun nu te doen stond.

Iwan Tsarewitsj ried haar: .„Zie van den Onsterfelijken Kostsjei te weten te women, waar zijn Dood zich bevindt.”

„Goed, dat zal ik hem vragen.”

Pas was Iwan Tsarewitsj vertrokken, of Kostsjei kwam onverwacht thuis. Hij trok den neus op en riep uit: „Foei, ’t ruikt hier naar Russen! Is Iwan Tsarewitsj misschien bij je geweest?”

„Maar beste Kostsjei, dat is toch ónmogelijk! Hij lag immers vast te slapen in ’t bos. De wilde dieren hebben hem natuurlijk al lang verscheurd en verslonden.”

Onder ’t eten vroeg ze hem plotseling: „Zeg me toch eens, beste Kostsjei, waar is je Dood?”

„O jij domme vrouw, waarom wou je dat weten? Nu dan, hij is ingebonden in dien bezem daarginds.

Den volgenden ochtend trok Kostsjei weer ten oorlog. Iwan Tsarewitsj sloop stilletjes naar zijn paleis en hielp de Onvergelijkelijke Schoonheid den bezem vergulden met zuiver goud.

Pas was hij vertrokken, of Kostsjei kwam thuis.

„Foei,” zei hij alweer, „’t ruikt hier bepaald naar Russen, net als gister! Ik geloof vast en zeker, dat Iwan Tsarewitsj hier geweest is.”

„Kom, kom, beste Kostsjei, je bent immers pas over Rusland gevlogen — daardoor heb je dien reuk nog in den neus. Iwan Tsarewitsj is al lang door de wilde dieren verscheurd en verslonden.”

Nu werd het tijd voor ’t avondmaal. De Onvergelijkelijke Schoonheid nam plaats in haar stoel en Kostsjei op de bank, en nu zag hij daar op eens dien gouden bezem liggen.