is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I. NAVA RATNA’S KRANS

hem niet — maar er was iets in zijn verschijning, dat den hoveling eerbied afdwong.

„Wie zijt gij?” stamelde hij.

„Ik ben de zoon van Koning Coella-Kalinga, den zoon van de Ganges, die eens uit zijn vaderland moest vluchten om zijn leven te redden en die daarginds, aan de oevers der Heilige Rivier, in het huwelijk trad met Prinses Nava-ratna, dochter van den Koning en de Koningin van Madda, die eveneens als kluizenaars leefden in de wildernis.

„Vriend,” antwoordde de oude hoveling, „of ge mij al vertelt dat ge de zoon van Koning Coella-Kalinga zijt, dit maakt U in mijn ogen nog niet tot diens zoon! Openbaar mij eerst de Mysteriën van uw Kaste, en toon mij de tekenen, waaraan ik U kan herkennen — of ik zeil genoodzaakt zijn U uit mijn huis te doen verwijderen als een dief, die bij mij is komen binnensluipen in het holst van den nacht.

Na de geheimen van de krijgsmanskaste te hebben geopenbaard, haalde de jongeling de drie kentekenen, hem door zijn Vader meegegeven, te voorschijn uit de plooien van zijn gewaad, legde ze in de hand van den hoveling; eerst den zegelring, daarna het zeldzaam schone karpet, en eindelijk het kostbare zwaard.

De oude man beschouwde elk voorwerp nauwkeurig, alvorens den jongeling te verzekeren dat hij hem thans erkende als den kleinzoon van zijn ouden Meester, Koning Kalinga.

Na dit te hebben verklaard, wierp hij zich voor hem op de knieën en begroette hem als zijn Koning.

Den volgenden dag liet hij het gehele volk bijeenroepen en maakte hun bekend, dat hun nieuwe Koning gekomen was. En de dienaren van het Hof versierden het paleis en de gehele stad zoals het behoorde, wanneer er een nieuwe Koning werd gekroond. De Koninklijke Parasol werd boven zijn hoofd opgestoken; ze zalfden hem met kostbare oliën en verklaarden den zoon van Prins Coella-Kalinga en zijn echtgenote Prinses Nava-ratna tot Koning over het land van Kalinga.

Maar al was hij dan nu Koning, tóch zou er nog heel wat moeten gebeuren, eer de jonge Kalinga alleenheerser kon worden over geheel Indië.

De Paleisgeestelijke onderwees hem allereerst in de Tien Ceremoniën, die een alleenheerser moet kunnen volbrengen. Eerst toen hij daarvan volkomen op de hoogte was, werd hij tot alleenheerser over Indië uit-