is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GROOTMOEDERS OFFER n

„Je witte haren, Moeder Nanette, zijn het getuigschrift en de kroon van je rechtschapen leven. En dat is waar ook.”

De koopman haalde de schouders op.

„Praatjes. Het geld zou je goed te pas komen, vooral in den toestand, waarin je verkeert; want zonder je te willen beledigen, iedereen weet toch wel dat je niet rijk bent, Moeder Tautia.”

Om de lippen der oude vrouw speelde een glimlach van kalmen trots.

„Een mens is rijk genoeg zolang hij kan arbeiden; ik verdien het dagelijks brood met spinnen. Verder heeft mijn kleinzoon Jean Tautia de vorige maand, toen zijn diensttijd om was, een goede 'betrekking in Parijs gevonden. Zodra hij een spaarpot heeft gemaakt, komt hij weer thuis; dan kopen we een stuk land, en verder hebben we dan niets meer nodig. Laat me dus maar met rust, Tonie.”

Hardnekkig drong hij verder nog eens aan: „Maar je zoudt ziek kunnen worden, en wat moet er dan van je worden? ’t Is immers zo eenvoudig, die tweehonderd franken op zij te leggen; niemand zal vermoeden dat je je haar hebt verkocht, als je een muts draagt.”

Een beetje ongeduldig maakte ze nu een eind aan ’t gesprek. „Zeg, ga nu heen. Ik zou mezelf verachten als ik naar je luisterde. Ik geloof heus dat ik ’t zou besterven als ik mijn haar liet afknippen. En nu geen woord meer er over.”

„Nou, als je niet wilt,” antwoordde hij gekrenkt, „mij goed, hoor! Maar denk er om, ik blijf je 200 franken bieden!”

Hij ging heen, maar na een paar schreden te hebben gedaan, draaide hij zich weer even om, en terwijl hij een vinger omhoog stak, riep hij nog eens: „200 franken, denk er om!”

Het oudje trok een onverschillig gezicht, terwijl de koopman een landweg insloeg.

Dit gesprek had plaats op een Zaterdagavond en, zoals zij dat sinds twintig jaren gewoon was, ging Moeder Nanette tegen den avond op weg, om het gedurende de week gesponnen vlas af te leveren aan een boer in een nabij gelegen dorp, die haar dan daarvoor het gewone loon: een groot brood en een zilverstukje, betaalde.

Opgewekt en vlug stapte het oude moedertje bij ’t aanbreken van den nacht huiswaarts; het brood onder den arm, het geld in den zak van haar zwarte boezelaar. Niettegenstaande de zeventig jaar, die ze telde, liep ze nog flink Toen ze bij haar huisje kwam, zag ze op