is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE IK MET KOOPVROUW TRESEL UITGING

[I.

Dit zei Tresel en daar stond Moeders spinnewiel opeens stil; en terwijl ze nu eerst even bleef nadenken voordat ze antwoordde, was ’t me, alsof ik op duizend spelden zat.

Eindelijk zei Moeder: „Nu, als Tresel werkelijk denkt, dat ze hem gebruiken kan, misschien leert hij dan wel een beetje bescheidenheid; en — ja, tijd heeft hij eigenlijk wel, om mee te gaan naar de Rattener Kermis.”

Toen ben ik van de bank gesprongen en voordat mijn vader nog de tijding van mijn ongelooflijk geluk had vernomen, had ik mijn Zondagse kleren al aan. Mijn broertjes en zusjes kregen ieder een houten lepeltje: zwart gelakt en met een roos er binnenin. Ze staken het dadelijk in den mond en deden net, of ze pap aten.

„En de ruiter,” zei Tresel tegen mij, — „die is voor jou hoor! Dien zal je Moeder zolang wel voor je wegbergen, dan kan je hem morgen, als je thuiskomt, prachtig laten rijden.”

Moeder vond, dat ik een stuk brood mee op reis moest nemen, maar Tresel zei, terwijl ze haar mars weer op den rug sjorde: „Nou, dat zou me wat moois wezen! Denk je misschien, dat ik mijn kleinen koopman den kost niet kan geven? Laten we maar hopen, dat we te Ratten goede zaken doen. En nu — vooruit, jongen!”

„Nou, dan wens ik jullie allebei maar ’t beste!” zei Moeder, en ze bracht haar wieletjes weer in beweging, terwijl mijn broertjes en zusjes nog ijverig lucht zaten te happen van het tafelblad, met hun mooie nieuwe lepeltjes. En nu begonnen wij onzen tocht.

Het dorpje Ratten ligt helemaal ingesloten tussen met bos begroeide berghellingen aan den voet van den „Rattner Alp.” Het bestaat deels uit boerenhuizen, die tegen de hellingen en in de dalen verstrooid liggen. Maar het heeft twee grote herbergen en een mooie, ruime kerk, die gewijd is aan den Heiligen Nikolaas. En het is ter ere van dezen Heiligen Nikolaas, dat op zijn verjaardag, den zesden December, een kerkdag wordt gehouden te Ratten. Op z’n kerkdag is ’t altijd meteen Kermis, omdat er dan zoveel mensen bijeenkomen.

We bereikten het dorp na drie uren te hebben gelopen; want natuurlijk gingen we onderweg hier en daar binnen in de hoop, vast het een of ander te zullen verkopen. Maar dat viel tegen. De mensen zeiden bijna allen, dat ze hun inkopen liever den volgenden dag op de kermis wilden doen.