is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOE IK MET KOOPVROUW TRESEL UITGING

II.

toen Maisjel hem ééns zoveel voor de standplaats had geboden, als Tresel gewoonlijk betaalde?

„Voor zó’n handel,” antwoordde Tresel schjjhbaar bedaard, „was één jood niet genoeg. Er moet er altijd één zijn, die een aanbod doet, en een tweede, die ’t aanneemt,” zei ze. En daarmee doelde ze natuurlijk op den herbergier.

Deze lachte een beetje verlegen en deed net, of Tresel hem een komplimentje had gemaakt. En, zonder op haar uitval te antwoorden, bood hij haar voor haar kraam een plaats aan, vlak tegenover die van Maisjel, naast het standbeeld van Sint Nikolaas. Die plaats was zelfs nog beter dan de andere, zei hij, maar omdat hij haar al zo lang kende, kon ze die krijgen voor den ouden prijs.

Ja — wat kon Tresel toen anders doen, dan dit voorstel maar aannemen?

Maar nu stapten we dan meteen maar de herberg binnen en aten een bord lekkere warme soep. Eerst daarna begonnen we onze kraam op te bouwen. De daarvoor benodigde planken waren TreseFs eigendom, maar ze werden bewaard in een schuurtje achter de herberg. We begonnen ze daaruit te voorschijn te halen. Maar terwijl we daarmee bezig waren, zwaaide Tresel soms zó woest met de langste staken, dat we daarmee hard tegen het jodenkraampje aan den overkant stietten. Dan waggelde het kraampje, maar Maisjel wist handig te beletten dat ’t ineenstortte, en ’t leek wel of hij zich verkneep van de pret. Hij was een eenvoudig, beweeglijk mannetje, die Maisjel, en zijn haar en baard waren zwart en net zo krullend als het haar van onze zwarte lammeren thuis. In zijn donkerrood gezichtje stonden twee loerende oogjes, die je nooit recht aankeken. Als hij met je sprak, keken ze altijd naar je nek of je schouder, inplaats van in je gezicht. De jood Maisjel bezat een onverstoorbare zachtmoedigheid, je kon hem nooit boos maken al probeerde je ’t ook. Het enige middel om hem in verontwaardiging te doen uitbarsten was, hem voor het een of ander voorwerp, waarvoor hij drie gulden vroeg, bij voorbeeld twaalf stuivers te bieden. Dan keek hij je aan met èen blik zó vol diepe verachting, dat ’t je angstig om ’t hart werd.

„Vrouw Tresel,” zei ik tegen mijn bedroefd kijkende meesteres, „de mensen van Ratten zijn eerlijk en trouw, die zullen zich heus door zo’n vreemden kerel geen slechte waren laten aansmeren, al geeft hij ze