is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN EEN MARKIESJE EN EEN MARKIEZINNETJE.

m.

Zie je wel, Bertha? Nu, die zullen ons zeker wel een beetje van hun melk willen geven; en al die vogels, die daar lopen te pikken, dat zijn kippen — weet je nog wel, Bertha? En kippen leggen eieren, zegt de

huishoudster. Nu, dan zullen ze ons ook wel wat eitjes willen geven

als ze die tenminste evengoed kunnen leggen, als de kippen bij Ooms kasteel.

En nu zal ik je nog wat vertellen. Toen we zo pas even de deur van dat hutje opendeden en naar binnen keken, heb ik daar een zak vol van dat goedje zien staan, waar ze onze broodjes van bakken, zoals de huishoudster zei — hoe heet ’t ook weer?”

„Meel,” zei ’t Markiezinnetje zacht.

„Ja, juist — meel. En als de huishoudster ons nu de waarheid heeft verteld, en dat begin ik langzamerhand te geloven, dan kunnen we daar broodjes van bakken, zie je?

Laten we ons dus maar niet ongerust maken. Maar één ding is zeker: we zullen onszelf moeten helpen, nu we al onze bedienden op ’t kasteel hebben achtergelaten. Begrijp je dat wel, Bertha?”

„Ja,” zuchtte het Markiezinnetje. „Maar ik heb toch zo’n honger en dorst. Jij ook? Toe, vraag jij dan gauw eventjes aan een van die grote dieren om een beetje melk.”

Dat was gemakkeljjker gezegd dan gedaan! Je moest zo’n koe „melken,” had het Markiesje horen zeggen. Maar hoe? En — om de waarheid te zeggen, zagen die monsters met hun grote horens er héél gevaarlijk uit. Maar — hij had immers zelf gezegd dat hun moed net zo groot behoorde te zijn als hun ongeluk, en — dus — vooruit maar!

En met getrokken degen marcheerde hij onvervaard naar de eerste de beste koe, die hij zag.

„Geef mij een beetje melk!” zei hij. En toen de koe niet van plan scheen te zijn om dit uit eigen beweging te doen, hief hij dreigend zijn degen tegen haar op en riep met een geweldige stem: „Geef op, je melk —r óf ik steek je dood!”

Hjj dacht, dat dit wel indruk op het beest zou maken, maar de koe keek hem zó zacht en goedig en verbaasd aan met haar domme grote ogen, dat hij zijn degen maar weer in de schede stak.

Hij begon te begrijpen, dat dit niet de rechte manier was om melk te krijgen. Maar hoe moest hij ’t dan aanleggen? Helaas, dat wist hij niet!