is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AGNETA EN DE WATERKONING.

m.

Daar opende zich plotseling, hoog in den zijvleugel, een kleine deur. Een jong meisje trad naar buiten en begon de steile trap af te dalen. Beneden aangekomen volgde ze een lang, met ruwe stenen geplaveid pad, dat haar naar den slotmuur voerde.

Hier bevond zich een stevig gegrendelde, zware deur.

’t Scheen het meisje nog al moeite te kosten deze te openen, maar eindelijk gelukte ’t haar toch, en ze trad naar buiten op den langen steiger, die in ’t meer was uitgebouwd om er boten aan vast te leggen.

Dezen avond echter was er geen enkel vaartuig te zien.

Het meisje liep den steiger op, zover ze kon. Eerst aan ’t uiterste eind bleef ze staan en staarde naar beneden in het water.

Ze was de dochter van den slotheer.

Haar naam was Agneta en pas den vorigen dag was ze zeventien geworden. Omdat ze het enige kind van haar vader was en tevens zijn enige troost (want zijn vrouw was bij haar geboorte gestorven), was hij steeds bereid alles te doen, wat haar gelukkig kon maken.

Hij overlaadde haar met kostbare kledingstukken en blinkende sieraden, waarop een koningsdochter jaloers had kunnen zijn.

Dezen avond droeg ze een rok van scharlaken en een lijfje van groen fluweel, geborduurd met gouddraad en kleine, witte pareltjes.

Een keten van verschillend gekleurde edelstenen hing neer op haar borst en in haar fijne oortjes glansden een paar zeldzaam grote parels.

Een zwartfluwelen mutsje, kunstig en rijk geborduurd met gouddraad en edelgesteenten, bedekte haar roodblonde krullen.

In een van haar slanke, sneeuwwitte handjes droeg ze een pas door haar geplukt takje lindebloesem, en aan haar gordel bengelde een bos sleutels, die toegang gaven tot de verschillende vertrekken van het slot.

Stil stond ze daar te mijmeren, geheel opgaand in de schoonheid van den zonsondergang. Haar huid was schitterend blank, haar fijne wenkbrauwen zwart, en haar ogen donkerblauw als het water van het meer, dat aan haar voeten zachtkens tegen de stenen klotste.

Eindelijk ging de zon onder en Agneta stond er over te peinzen hoe het daarginds wel zou zijn — ver, ver hier vandaan in dat geheimzinnige wolkenland, waar de dingen elk ogenblik veranderden van vorm en kleur.

Plotseling werden haar gedachten afgeleid doordat in het water aan haar voeten een sterke beweging ontstond.