is toegevoegd aan je favorieten.

Nienke van Hichtum vertelt weer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

NETJES PAKKEN!

„Sta dan toch stil, kerel!” bulderde George, achter Harry aanhollend, „en laat me de boter toch van je afschrappen!”

Harry werd zorgvuldig ontboterd, en het kostelijke afschrapsel werd veilig opgeborgen in een stenen theepot.

Fido, mijn hond, maakte hun het pakken niet gemakkelijker. Want Fido’s enige eerzucht in zijn hondeleven is, iemand in den weg lopen en beknord te worden. Hij acht zijn dag goed besteed als hij overal geweest is waar men hem niet hebben wou, en de mensen half dol heeft gemaakt door hen voor de voeten te lopen, en dan allerlei dingen naar zijn kop heeft gekregen, die niet tot werptuigen bestemd waren. Zijn hoogste glorie is zelfs, den een of ander omver te kegelen. Bij deze gelegenheid sprong hij rond en ging op de dingen zitten, juist als men ze inpakken wou. En ’t was zijn vaste overtuiging dat, wanneer George en Harry de handen naar iets uitstrekten, dat „iets” niets anders wezen kon, dan zijn koude natte neus. Hij stak zijn poten in den geleipot, scharrelde tussen de theelepeltjes, hield een paar komkommers en meloenen voor ratten, stak zijn bovenlijf dus in de mand en beet drie van de gewaande ratten stuk voordat Harry, buiten zich zelf van ongeduld, hem met de koekepan er uit kon jagen.

Harry zei, dat ik hem aanhitste. Maar ik hitste hem heus niet aan; een hond van dat slag hoeft niet aangehitst te worden, die verzint alle kattekwaad wel uit zichzelf.

Eindelijk, om 12.50, was het pakken afgelopen. Harry, die nog al zwaar is, ging boven op de mand zitten en zei dat hij hoopte, dat er niets kapot was. George zei: „En als er wat kapot is, welnu, dan is ’t kapot,” een overweging, die hem grote zielerust scheen te schenken. En alle drie vonden we, dat we nu met een gerust geweten naar bed konden gaan.

Naar het Engels van Jeröme K. Jeróme, door Nellie van Kol.