is toegevoegd aan je favorieten.

Appie maakt carrière!

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN AVONTUURLIJKE VLUCHT

gerechtsgebouw. Zijn moeder had aangeboden met hem mee te gaan, doch dat wilde hij niet.

Het motregende en de stad had een droefgeestige aanblik. In de buurt van het gerechtsgebouw gekomen keek Appie met huivering en ontzag naar de gevangenis, die er achter was gelegen. Grauwe muren met kleine, getraliede vensters. Zou Alf nu achter een van die raampjes....? Appie voelde een koude rilling langs zijn rug lopen bij de gedachte aan een gevangeniscel.

Een ogenblik liep Appie op de Singel heen en weer, op zoek naar de ingang. Er waren verschillende deuren. Boven de ene stond „Kantongerecht”, boven de andere „Arondissementsrechtbank”. Aarzelend bleef Appie nu eens voor de ene, dan voor de andere stilstaan, tot eindelijk een veldwachter, die langs kwam, hem de weg wees.

Appie opende de aangewezen deur en stapte een hoge, half donkere vestibule binnen. Hol weerklonken zijn voetstappen, toen hij een stenen trap opging. Uit een klein hokje kwam een portier op hem af. Appie toonde hem het schrijven van de rechtbank en toen wees de portier hem de weg, welke hij moest gaan.

Appie ging een hoge, donkere, lange gang door. Weer hoorde hij zijn voetstappen. Wat was het hier stil en somber....!

Opeens ging een deur open. Een veldwachter kwam de gang in met een man. Met verschrikte ogen zag Appie, dat de man geboeid was. Appie liep haastig door. Hij telde de deuren en meende plotseling de tel kwijt te zijn. Nog meer veldwachters kwam hij tegen. Aan een van hen liet hij weer zjjn brief zien.

„Nog een deur verder”, zei de veldwachter.

Appie ging de aangewezen kamer binnen. Het was een groot, vierkant vertrek. In het midden stond een kachel, in het rond langs de muren en voor de ramen waren banken.

Er waren nog meer mensen in het vertrek. Vrouwen en mannen en een paar opgeschoten jongens. Plotseling zag Appie den ouden heer, van wien Alf het fietsplaatje had gestolen. Appie kreeg een kleur, doch de'oude heer glimlachte en wenikte hem om bij hem te komen.