is toegevoegd aan uw favorieten.

Toen - en nu! : leesboek over de geschiedenis van het vaderland voor de christelijke scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karei V gegeven. In die brieven staat hun recht beschreven. En dat recht laten ze zich niet ontnemen, nooit!

De Spaansche soldaten hier in 't land zijn gevaarlijk. De staten van de verschillende gewesten hebben al zoo dringend aan Filips gevraagd, dat krijgsvolk toch weg te zenden, 't Heeft zijn hoogmoedige hart nog bitterder gemaakt. En antwoord heeft hij niet gegeven.

Nu gaat hij op reis. En heel statig, en heel eerbiedig, zooals dat bij het vertrek van een koning behoort, doen de voornaamsten van het land hem uitgeleide.

Zie maar: Margaretha van Parma, de nieuwe landvoogdes, loopt naast hem. Zij zal op het schip gaan en daar afscheid van hem nemen. En dan komt de kardinaal Granvelle in zijn prachtig priesterkleed, en dan komen Egmond en Hoorne, die zoo dapper hebben gestreden in den oorlog met Frankrijk, en vooraan tusschen die allen is ook ....

Maar wat gebeurt daar opeens? Vooraan, naast den koning gaat Willem van Oranje, de voornaamste edelman van het hof, de vriend van den ouden keizer . . . Kijk nu, wat is dat toch ? Kijk, die trotsche, stugge koning, die altijd zoo deftig en zoo afgemeten en zoo hoogmoedig doet, — kijk hem nu op eens in hevige nijdigheid op Prins Willem aandringen en hem toe bijten: „Niet de Staten, maar gij, gij, gij!"

Wat moet dat beteekenen? ....

Ja, toen de oude keizer is heengegaan, heeft de Prins gedacht: „Ik wil den nieuwen koning even trouw dienen als ik den keizer diende;" maar Filips' hart is altijd vol wantrouwen. Hij vertrouwt eigenlijk niemand, en den schoonen, ridderlijken Prins van Oranje haat hij in stilte.

En nu? ... Nu durft die prins hem nog eens te vragen, uit naam der Staten, uit naam van alle Nederlanders, of de Spaansche soldaten toch mogen wegtrekken uit het land ... O, Filips' hart brandt van nijd. Hij vergeet al zijn hoogheid, al zijn deftigheid. Hij stoot met zijn vinger Oranje tegen de borst en snauwt hem toe: „Niet de Staten, maar gij, gij, gij!"