is toegevoegd aan uw favorieten.

Toen - en nu! : leesboek over de geschiedenis van het vaderland voor de christelijke scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die priesters en paters hebben het volk zoo lang bedrogen. Ze hebben alles besteed om de kerken maar rijk en prachtig te maken. Ze hebben zelf maar lui en lekker geleefd en zich om ware vroomheid niet bekommerd. Zij hebben altijd, en altijd maar méér, geld en goed van de menschen gevraagd. Geld en goed aan de kerk gegeven, was zoo goed voor de zaligheid

De hervorming was gekomen. Die had dat bedrog uitgebracht. En toen? — Toen hadden de priesters door brandstapel en schavot toch geprobeerd hun macht te houden. Dat had de haat zoo fel gemaakt.

Nu laaide de woede van het eenvoudige, domme volk uit in feilen brand.

Door de straten dringen de beeldstormers heen van de eene kerk naar de andere; van het eene klooster naar het andere. En 't „paterkens-bier" en de „paterkens-wijn" smaakt hen goed, maakt hen nog doller. Maar den paters en priesters zelf wordt geen leed aangedaan.

En 't „heilig huysgen" met zijn oude beeld aan den muur bij de brug moet het ook al ontgelden. Dat oude heiligenbeeld, waarvoor, honderden jaren lang, stille, vrome menschen eerbiedig bogen, — waarheen in donkeren avond soms een arme moeder haar doodzieke kindje omhoog hief en om ontferming bad, — die oude steenen heilige wordt met touwen van onder zijn dakje weggerukt en in de gracht gesmeten . . . Neen, die menschen gelooven in de heiligen niet meer.

En verder trekt de bende.

De regeering van de stad was radeloos. Hoe zou zij met haar handvol schoutendienaars dien woesten hoop de baas worden.

En het héél erge was, dat deze beeldenstorm als een besmettelijke ziekte van de eene stad naar de andere oversloeg. In Antwerpen, in Brussel, in Mechelen, — dat was in het Zuiden —, maar evengoed in den Haag en in Utrecht en in Amsterdam, — dat was in het Noorden van 't land, — werden de prachtigste kerken, de rijkste kloosters bestormd en op baldadige wijze gehavend, 't Leek wel, of de menschen in al die steden het met elkaar hadden