is toegevoegd aan uw favorieten.

Toen - en nu! : leesboek over de geschiedenis van het vaderland voor de christelijke scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Myn schilt ende betrouwen

Syt ghij, o Godt, myn Heer!

Op U so wil ick bouwen;

Verlaet my nimmermeer!

Dat ick doch vroom mach blijven,

U dienaer taller stont,

Die tyrannie verdrijven,

Die my mijn hert doorwont.

Wie zingt dat? Is Prins Willem van Oranje dan nu weer teruggekomen? 't Zijn immers zijn eigen woorden. Ja, zijn eigen woorden. Luister maar goed! ....

En toch is 't Prins Willem niet, die zingt. Wel neen! 't Zijn de menschen van onzen tijd. En de kinderen ook! Hoor maar, óveral worden die mooie verzen nu nog gezongen. In de groote steden en in de vergeten dorpjes. In Groningen en in Limburg, in Holland en in Gelderland, óveral! Ze worden gezongen als er feest en vreugde is in 't land; maar ook als er in de harten van de Nederlanders zorg en kommer leeft. Ze worden gezongen altijd en overal, waar maar menschen zijn, die gevoelen, dat ze bij elkaar hooren als mannen en vrouwen van één land . . . Dat oude, héél oude Wilhelmus is ons volkslied geworden, en het zal dat blijven ook!

Ja, oud, héél oud is het. Al meer dan 350 jaar is het geleden, dat Marnix, heer van St. Aldegonde, een vriend en raadsman van den Prins, zooals men vertelt, bij Willem van Oranje kwam en hem dit mooie gedicht bracht, 't Bestond wel uit vijftien verzen. En 't was zóó gemaakt, alsof Prins Willem zelf al die woorden sprak, — alsof hij ze sprak, stil verdrietig en toch met een hart vol moed en vertrouwen op God.

En door al die eeuwen heen is dat lied gezongen; — deze twee verzen 't meest, — in oorlog en in vrede, in voorspoed en

in tegenspoed ....

En altijd was 't, alsof er iets van den ouden fieren moed van den Prins van Oranje, en van zijn sterk en vast geloof