is toegevoegd aan uw favorieten.

Toen - en nu! : leesboek over de geschiedenis van het vaderland voor de christelijke scholen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't is, of wij hen zien, en hun droefheid, en hun zorgen, en hun blijdschap, en hun geloof.

Toch zijn ze dóód, en wèg, — allemaal!

En wat is van hen overgebleven?

We hebben gelezen van de inneming van den Briel in -1572... Och, als we nu komen in dat heel stille, vredige stadje aan den Maasmond, — och, dan zouden we nog zoo graag eens een Watergeus tegenkomen, desnoods een met één oor en een halven neus, of we zouden Rochus Meeuwsz, den dapperen timmerman, die zoo goed zwemmen kon, willen zien . . . Och, dat kan niet meer: de menschen in den Briel zijn nu net zulke menschen als wij.

Maar kijk eens naar de groote Cathrijnekerk met haar stompen toren. Die oude toren is nog dezelfde, hij, die het eerst van alle torens in Nederland de vrij hei dsvlag, Oranje, blanje, bleu, deed wapperen van zijn tinnen ... En ga eens in die kerk. Daar is Rochus Meeuwsz al, en hij hakt, hij hakt, en 't water komt aanstroomen; den Briel is gered . . . Dat alles staat in prachtige kleuren in een der kerkramen geschilderd. Dat is een gedachtenis aan den stouten kerel, die zijn leven waagde voor de vrijheid. Dat mooie gedenkraam heeft hij verdiend.

We hebben gelezen van Don Frederiks wraaktocht in datzelfde jaar . . . Och, als nu een boer aan zijn hekje staat en er komen soldaten voorbij, dan tikt hij aan zijn pet voor den officier; en als de vroolijke jongens hem wat toeschreeuwen, roept hij even vroolijk terug. Bang zijn voor soldaten? 't Is om te lachen... Och, als zoo'n troep soldaten een stad nadert is de poort niet dicht. Er zijn niet eens poorten meer. En de burgers behoeven niet meer te gaan vechten op de muren. Er zijn niet eens muren meer. Dat alles is nu zoo vèr, zoo dwaas.

Maar ga eens luisteren naar de oude verhalen die de menschen elkaar vertellen in stille avonden. Dan merkt ge wel, dat er toch nog iets uit dien ouden, verren Spaanschen tijd overbleef. En als ergens nog een verbrokkeld stuk van een stadsmuur staat,