is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK II. JUPITER.

Dé macht van Jupiter.

JUPITER of Zeus, de koning der goden, de oppermachtige heerscher van het heelal, de bijzondere godheid der menschheid, de personificatie van het firmament en van alle verschijnselen in den dampkring, en de bewaker der staatkundige orde en van den vrede, was de meest op den voorgrond tredende en verhevene van alle godheden van den Olympus; de overige godheden waren verplicht zich aan zijn wil te onderwerpen, en beefden voor zijn machtige wenken.

„Hij, wiens alwetend oog het gansch heelal beschouwt, De eeuwge dondergod zit op een troon van goud,

Het hooge hemeldak is steunpunt van zijn voet,

Terwijl hij onder zich d' Olympus siddren doet."

„Als Jupiter beveelt en 't donkre voorhoofd fronst,

Zijn gouden lokken schudt, bepaalt des menschen lot Door 't knikken met het hoofd, het heiligste gebod:

Ontvangt met schrik 't heelal het teeken dat hij geeft,

Terwijl ontzet van angst geheel d' Olympus beeft. Homerus.

Alleen de Parcen en het Noodlot durfden zich tegen Jupiters oppermachtigen wil te verzetten, en zij gingen voort hun onherroepelijke besluiten uit te vaardigen, zelfs nadat hij zijn vader den voet had gelicht en over allen begon te heerschen.

Evenals alle overige Grieksche en Romeinsche godheden was Jupiter onderhevig aan vreugde, pijn, verdriet en toorn, en ten prooi aan al de hartstochten, die de harten der menschen beheerschen.

Hij was het, die voorzat bij de vergaderingen, die gehouden werden op den top van den „rijk vertakten Olympus" ; hij was het ook, die de goden bijeen riep, zoo dikwijls hij met hen een zaak van beteekenis wilde bespreken of wilde genieten van een weelderigen maaltijd, waar zij de hemelsche ambrosia aten en den geurigen nectar dronken.

Gewoonlijk wordt hij voorgesteld als een schoone figuur, vol majesteit, met lang golvend haar, gekleed in een