is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gesteld als gedurende den tijd van zijn minnarij met Io, de weergalooze dochter van den riviergod Inachus.

Om de verwijtingen van Juno te ontgaan, had Jupiter die zaak zoo geheimzinnig mogelijk behandeld, nog geheimzinniger zelfs, dan hij gewoon was; hij bezocht zijn geliefde alleen als hij volkomen zeker er van was, dat zijn vrouw sliep, terwijl hij bovendien nog den voorzorgsmaatregel nam, dat hij een wolk uitspreidde over de plaats, waar hij haar gewoonlijk ontmoette, ten einde haar te beveiligen tegen elke mogelijkheid, dat zij van den Olympus zou worden gezien.

Op een schoonen namiddag haastte Jupiter zich, toen alle voorwaarden zoo gunstig mogelijk waren, naar de aarde om Io te ontmoeten, en begon met haar heen en weer te wandelen langs den oever der rivier. Zij letten niet op de middaghitte, daar de wolk over hun hoofden hen beschermde tegen de te fel schijnende stralen der zon.

Door de eene of andere oorzaak sliep Juno dien dag korter dan gewoonlijk, zoodat zij spoedig van haar sponde opstond om een blik te slaan over haar rijk, den dampkring, en zich te overtuigen dat alles in orde was. Spoedig werd haar aandacht getrokken door een ondoorschijnende, onbeweeglijke wolk in de nabijheid van de aarde, — een wolk, die daar niets te maken had, daar zij de wolken had bevolen stil te liggen over de blauwe zee, totdat zij ontwaakte. Daar haar vermoedens waren opgewekt door de aanwezigheid van die wolk, zocht zij haar echtgenoot op den Olympus, en toen zij hem niet vond, toog zij naar beneden op de aarde, in haar haast de wolk op zijde duwend.

Jupiter, die op die wijze voorbereid was op haar komst, had nog juist den tijd het meisje naast hem in een jonge koe te veranderen, voordat zijn vrouw neerkwam en hem vroeg, wat hij daar deed. Met een zekere onverschillige achteloosheid wees de god op de jonge koe en vertelde hij, dat hij die voor tijdverdrijf had geschapen; die verklaring