is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK X. VULCANUS.

De val van Vulcanus.

VULCANUS, of Hephaestus, de zoon van Jupiter en Juno, de god van het vuur en de smidse, bezocht slechts zelden den algemeenen raad der goden. Zijn afkeer van den Olympus was van ouden datum. Hij was eertijds zeer aan zijn moeder gehecht geweest, had haar tallooze bewijzen van zijn genegenheid geschonken, en had haar zelfs trachten te troosten, als zij treurde over de veronachtzaming van Jupiter. Toen deze bij zekere gelegenheid voornemens was Juno te straffen voor één van haar gewone buien van jaloezie, hing hij haar buiten den hemel, stevig gebonden met een gouden keten; Vulcanus, die haar in dien toestand ontdekte, trok met alle macht aan die keten, heesch haar op, en was juist op het punt haar te bevrijden, toen Jupiter terugkwam, en in woede ontstoken over de inmenging van zijn zoon in zijn huwelijksaangelegenheden, hem uit den hemel neerslingerde.

De ruimte tusschen hemel en aarde was zóó ontzaglijk groot, dat de val van Vulcanus een geheelen dag en avond duurde eer hij ten slotte den top van den Mosychlus, op het eiland Lemnos, aanraakte.

„Van 's morgens vroeg Tot 's middags viel hij door, van 's middags tot den avondstond, Een ganschen zomerdag; en met het ondergaan der zon Viel uit het zenith hij ter neer, een meteoor gelijk,

Op Lemnos, 'teiland in de zee genoemd naar Aegeus." Milton.

Het is duidelijk, dat een zoo ontzettende val doodelijk geweest zou zijn voor ieder sterveling; zelfs Vulcanus kwam er dan ook niet volkomen ongedeerd af, immers hij kwetste één van zijn beenen, welk ongeval hem gedurende zijn geheele verdere leven mank en eenigszins misvormd deed zijn.

Hoewel nu Vulcanus zooveel gewaagd had en zoozeer had geleden door de partij te kiezen van zijn moeder, deed