is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgden vlak achter hen, als zij uitreden, om hun koninkrijk te overzien.

Behalve dezen had Neptunus nog een aantal ondergeschikten, die tot taak hadden het toezicht te houden over verschillende zeeën, meren, rivieren, bronnen enz., die aan hun bijzondere zorg waren toevertrouwd. In overeenstemming met hun bezigheden waren die godheden of grijze riviergoden (zooals Vader Nijl), slanke knapen, schoone maagden, of kleine stamelende kinderen. Slechts zelden verlieten zij de koele golven en hun aangewezen woonplaatsen, en zij trachtten de goedkeuring van Neptunus meestal te winnen door den ijver, dien zij betoonden bij de vervulling van hun verschillende verplichtingen.

Proteus.

Proteus, een andere godheid van minderen rang, was belast met de verzorging van de kudden der zeedieren, en hij vergezelde Neptunus steeds, als hij zonder gevaar zijn groote kudden zeekoeien zich kon laten koesteren aan het zonnige strand.

„In lang vervlogen tijd nam Proteus uit de zee

Naar berg, of veld en bosch zijn kudden dieren mee." Cowpir.

Met alle andere goden had Proteus gemeen, dat hij de gave der poëzie bezat, en de macht had elke gedaante aan te nemen, die hij verkoos. De eerste gave placht hij met grooten tegenzin uit te oefenen; zoodra stervelingen hem wenschten te raadplegen, veranderde hij met overbluffende snelheid van gedaante, en wanneer zij zich niet bij al die veranderingen aan hem vastklampten, konden zij nooit op hun vragen een antwoord ontvangen.

„Luid schreeuwend grijpen wij den god; om aan ons te ontkomen,

Wordt door hem bliksemsnel zijn kunst te baat genomen.

Nu eens is hij een sterke leeuw, en krult de lange manen,

En 't volgend oogenblik zou men hem weer een panter wanen.

En dan weer treedt hij voor ons op als 't wilde everzwijn,