is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders bestonden dan uit de tranen, die voortdurend vloeiden uit de oogen der misdadigers, die veroordeeld waren tot zwaren arbeid in den Tartarus, dat gedeelte van den Hades, dat uitsluitend voor de goddeloozen bestemd was.

„Cocytus, dus genoemd naar 't luid geween,

Dat 't donker water hooren deed." Homerus.

Om dat gedeelte af te scheiden van het overige deel van zijn rijk, omringde Pluto het met den Phlegethon, een rivier van vuur; terwijl de Acheron, een zwarte en diepe stroom, door alle schimmen moest worden overgetrokken, voordat zij den troon van Pluto bereikten en zijn beslissing vernamen. De strooming in die rivier was zóó krachtig, dat zelfs de kloekste zwemmer haar niet kon overzwemmen: en daar er geen brug was, waren alle schimmen verplicht, te vertrouwen op de hulp van Charon, een ouden veerman, die de eenige beschikbare boot roeide — een schuit, die niet alleen lek, maar ook verrot was —, en zoo de schimmen van den éénen oever naar den anderen bracht. Hij liet geen enkele schim in zijn boot toe, als deze hem niet een klein muntstuk had gegeven, een obolus genoemd, als veergeld, welk muntstuk de ouden met groote zorgvuldigheid onder de tong van den doode legden, opdat hij zonder verwijl zijn tocht naar Pluto zoude kunnen ondernemen. Zoodra de lekke boot van Charon den oever aanraakte, drong een leger van haastige schimmen naar voren om een plaats meester te worden. De wreede veerman duwde hen ruw terug en zwaaide zijn riemen, terwijl hij op zijn gemak diegenen uitzocht, die hij het eerst de rivier zou overzetten.

„Bevend staat de wachtende schare,

Smeekt om den overtocht, door haar gebaren;

Hij kiest naar willekeur, nijdig en stug;

Al wie er verder staan, jaagt hij terug." Virgilius.

Al diegenen, die den verlangden obolus niet konden betalen, waren verplicht honderd jaar te wachten; na verloopvan dien tijd zette hij ze, hoewel met tegenzin, zonder betaling over.

10*