is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, beschimpte zij de godin, en verklaarde, dat deeenige reden, dat de godin haar het gevraagde weigerde, hierin gelegen was, dat de menschen haar niet langer voor schoon zouden houden, als zij eenmaal maar Medusa hadden gezien. Deze verwaande opmerking wekte zóózeer de woede van Minerva op, dat zij, als straf voor haar verwaandheid, haar prachtige krullende lokken in sissende, kronkelende slangen veranderde, en besloot, dat één blik op haar nog altijd schoon gelaat voldoende zou zijn, den aanschouwer in steen te veranderen.

„Als men de blikken op u richt,

Lijkt ge een benauwend droomgezicht.

Afschuw, zinnelijk verlangen Houden beurtlings ons gevangen.

Vol verbijst'ring wij ontwaren Kronkelende slangenharen.

Niets dat léven wekken mag In uw doodschen, strakken lach.

Gevormd tot liefde aan te drijven,

Doet gij des menschen bloed verstijven Door allen gloed daarin te dooven En 't van beweging te berooven.

De sterveling verstijft van schrik,

Zoodra hij tot u wendt zijn blik.

Die booze macht is u gegeven,

En maakt tot vloek uw gansche leven." Mrs. St. John.

De goden, die trouw over Perseus de wacht hadden gehouden gedurende zijn kindsheid en zijn jongelingsjaren, besloten nu, hem ter hulp te komen, opdat hij met goed gevolg de moeilijke taak zou kunnen volbrengen, om Medusa te verslaan. Pluto leende hem een tooverkap, die den drager naar verkiezing onzichtbaar maakte; Mercurius hechtte zijn eigen gevleugelde sandalen aan de hielen van den jongeling om hem in staat te stellen snel te vluchten; terwijl Minerva hem wapende met haar spiegelend schild, de vreeselijke Aegis.

„Minerva was voor Perseus goedgezind en mild,

En leende hem daarom haar onweerstaanbaar schild: De held toog in den strijd, zooals zij hem beval.

Zoo werd zijn roem voltooid." Prior.