is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrij ontving, en die hem zonder naar zijn naam of boodschap te vragen, dagen lang op koninklijke wijze ontving. Na eenigen tijd herinnerde Bellerophon zich de verzegelde boodschap, die hem was toevertrouwd, en gaf die Iobates over met een aantal verontschuldigingen voor zijn vergeetachtigheid.

Met bleeke wangen en ieder uiterlijk teeken van afschuw las de koning den brief, en viel toen in diep gepeins. Hij wilde niet gaarne den vreemdeling het leven benemen, en evenmin wilde hij Proetus zijn dringend verzoek afslaan; daarom besloot hij na ernstig nadenken Bellerophon weg te zenden om de Chimaera aan te vallen, een vreeselijk monster met den kop van een leeuw, het lichaam van een geit en den staart van een draak.

„De vreeslijke Chimaera moest door hem gedood; Een monster, zooals d' aard geen tweede ergens bood. Een drakenstaart stak woest van achter 't lichaam op, Het lichaam van een geit droeg wTeer een leeuwenkop; En vlammen spoot de neus ontzettend zwart en vuil, Een vuur'ge hellegloed kwam uit zijn wijden muil." Homerus.

Devoornaamstereden,waarom hij hem die taak opdroeg, was, dat, hoeveel dappere menschen ook waren weggetrokken, om het monster te dooden, niemand ooit was teruggekeerd, daar allen bij hun poging bezweken waren. De Chimaera.

Hoewel Bellerophon zeer dapper was, klopte zijn hart van vrees, toen hem gezegd was, welke groote daad hij moest volbrengen; met groote smart verliet hij het paleis van Iobates, daar hij in liefde ontstoken was voor Philonoë, de schoone dochter van den koning, en daar hij vreesde haar nooit meer terug te zullen zien.

Terwijl hij zich dus bij zich zelf beklaagde over het ongeluk, dat steeds zijn voetstappen had vergezeld, zag Bellerophon plotseling Minerva in al haar glans voor hem verschijnen, en hoorde hij, hoe zij hem op vriendelijken toon vroeg naar de oorzaak van zijn zoo duidelijk zichtbare