is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dag en nacht bewogen zich nu de schepen van Ulysses over de blauwe golven. Op den negenden avond werd de kust van Ithaca onderscheiden door den wakkeren uitkijk aan boord, en allen maakten zich gereed den volgenden morgen vroeg te landen. Voor het eerst sedert hij de Aeolische kust had verlaten, gaf Ulysses toe aan den vreeselijken slaap, die hem overweldigde; maar terwijl hij in vergetelheid lag verzonken, openden de matrozen den leeren zak, met het plan hun meester te berooven van een deel van zijn schatten, daar zij in de overtuiging verkeerden, dat Aeolus hem een groote hoeveelheid geld had gegeven.'

Nauwelijks was de zak geopend, of de tegenwinden, vermoeid en gedrukt door hun lastige houding, sprongen met een ruk en onder vreeselijk getier uit den zak, en verwekten in enkele oogenblikken een vreeselijken storm, die de schepen van hun ankers sloeg en ze weer ver in zee joeg.

Na een onbeschrijfelijk lijden landden de Grieken weer op het eiland van Aeolus, en Ulysses zocht den koning op, om hem nog eens om zijn hulp te smeeken; maar dezen keer ontving de koning hem koel, en beval hem te vertrekken, daar zijn wreedheid jegens Polyphemus den toorn van den koning had opgewekt.

„Vooruit, pak u weg van dit eiland, gij slechtste der menschen op aarde, Immers het past mij in 't minst niet, te helpen of bijstand te schenken' Iemand, vervolgd door den haat der hooge, onsterflijke goden, ' Weg dan, nu gij zijt gekomen, gehaat bij de goden des hemels."

Homerus.

De Grieken scheepten zich toen treurig in; maar in plaats van voortgestuwd te worden door gunstige winden, waren zij verplicht tegen wind en golven op te roeien en kwamen zij eerst na langen tijd aan het land der Laestrygonen, waar hen weer nieuwe verliezen wachtten. De bewoners van dat land waren menscheneters, die alle vreemdelingen, die hun kusten bezochten, plachten te dooden, om aan hun afschuwelijken eetlust te voldoen. Toen zij zagen, dat de schepen hun haven binnenliepen, deden zij enkele van deze zinken,