is toegevoegd aan uw favorieten.

De mythen van Griekenland en Rome

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der van Pallas, 343, 344.

Evenus. Vader van Marpessa; verdronk zich in de rivier van dien naam, 141; Hercules trekt den Evenus over, 214.

F

Fama. Gezellin van Jupiter, de godin der faam, 30.

Fauna. Echtgenoot vanFaunus; een landelijke godheid der Romeinen, 277.

Faunus. Landelijke godheid der Romeinen; echtgenoot van Fauna, 277.

Flora. Godin der bloemen, 277 ; echtgenoote vanZephyrus, 197.

Floralia. Feesten in Mei ter eere van Flora, 278.

Fortuna. a. Godin der fortuin, een dienares van Jupiter, 30. b. Godin van den overvloed, 213.

Forum. Voornaamste plein in Rome, waar openbare aangelegenheden werden besproken, 128.

Furiën. De Eumeniden of wrekende godheden, 148; Oedipus gestraft door, 263; Orestes vervolgd door, 308.

G

Gaea. Dezelfde als Tellus en Terra, 3 ; Moeder van Uranus, 3; regeering van, 6 ; samenzwering van, 7; Typhoeus geschapen door, 12; Enceladus geschapen door, 13 ; Antaeus, zoon van, 208; Syrinx beschermd door, 276; beteekenis, 370.

Galatea. a. Nimf bemind door Polyphemus en Acis, 312. b. Standbeeld bemind door Pygmalion, die Venus bidt, het leven in te blazen, 106.

Ganymedes. Trojaansche vorst

door Jupiter weggevoerd om als schenker der goden dienst te doen, 31.

Ge. Dezelfde als Gaea, Tellus, Terra, de Aarde, 3.

Gemini. Dezelfde als de Dioscuren; Castor en Pollux, 255.

Geryones. Reus, wiens vee door Hercules werd weggevoerd, 206 ; beteekenis, 375.

Glauce. Maagd, door Jason bemind ; gedood door Medea, 251; beteekenis, 365.

Glaucus. Visscher, in een zeegod veranderd, 279; minnaar van Scylla, 322.

Gorgonen. Drie zusters: Euryale, Stheno en Medusa, 221—224; Aegis versierd met het hoofd van één der, 45; beteekenis,375.

Gouden Eeuw. Het eerste tijdperk der oude wereld, toen alles gelukzaligheid was, 24; regeering van Janus, 187.

Gracchen. Nog niet geboren zielen van Romeinsche helden, door Anchises in den Hades gezien, 341.

Gradivus. Naam voor Mars als legeraanvoerder, 129.

Graïen. Drie zusters, samen met één oog en één tand, 223; beteekenis, 363, 375.

Gratiën. Dezelfde als Chariten ; de drie gezellinnen van Venus, 9°, 133-

Grieken. Vertrek der, 289; een pest bezoekt de, 292; nederlaag der, 296; terugkeer der, 307; Agamemnon, aanvoerder der, 307; vallen de Ciconen aan, 309 ; Polyphemus bezocht door de, 311—316; Aeolische eilanden bezocht door de, 316; Circe bezocht door de, 318; een beschaafde natie, 351.

Griekenland. Hoogste top in 26; alphabet ingevoerd in, 36; volkeren van, 37; kunst in, 41; Cecrops komt in, 44;