is toegevoegd aan je favorieten.

De vlag op den toren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Beul bekeek de kisten nog eens, betastte ze, wrikte er aan.

„Ja," zei hij toen overtuigd, „dat is het beste. Ze moeten in de Maas."

„Veel te gevaarlijk," besliste Kobus. „En dan, dat spul is misschien wel tienduizend gulden waard. Dat gooi je toch zoomaar niet in 't water."

„In den grond bederft het ook," stelde Heimert vast. Dirk dacht even na. De kisten waren inderdaad meer dan tienduizend gulden waard. Maar in den kelder konden ze niet blijven. En of ze nu in den grond terecht kwamen of in 't water was hetzelfde ; waardeloos werd de inhoud in elk geval. En dan maar liever in 't water ; dan was er zeker geen gevaar.

„Zouden jullie er kans toe zien?" vroeg hij. ,,'t Is mij te gevaarlijk," antwoordde Kobus rad, „er zijn Franschen geland ; als die me zien, ga k er an. Ik bedank er voor."

Maar De Beul zei kalm en onderdanig : „Als meneer het straks goed maakt met de fooi, wil ik 't wel probeeren."

„Goed," nam Dirk aan. „De fooi komt in orde." Hij hielp met Kobus de kisten op Heimerts schouder zetten. Toen Dirk later het huis binnenging, trof hij zijn vader voor de opengebroken kast. Hij had een kandelaar in de hand. In het bevende licht dat hem bescheen, zag Dirk zijn ontsteld gelaat.

„Ik kon nergens de sleutels vinden," verklaarde hij, „en 'k moest dat ding toch open krijgen." Het gelaat van den vader helderde wat op. „Heb jij dat gedaan ?" vroeg hij dan verwonderd. „Ik dacht. ... dat de Franschen "