is toegevoegd aan je favorieten.

De zwerver

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Kapitein nam op nieuw eene teug uit de flesch. «Maar hoe heet je vader dan eigenlijk? Kan hij losgeld voor je betalen?" —

«Mijn vader is dood; maar mijne vrienden kunnen mij wel loskoopen en zullen dat misschien doen. Hiddema heeft mij zoo iets nog toegeroepen."

Pieter was van dit vrijkoopen wel niet geheel overtuigd, maar de kans was er toch. In elk geval, meende hij, zou de Kapitein liem niet al te ruw behandelen, wanneer hij kans had eenig geld voor hem te maken.

«Voortaan zijt ge dus mijn kajuitswachter," hernam de Kapitein. «Pas op, dat alles in orde is. Hoort ge, dat ik fluit, dan komt ge, en wee je gebeente, als ik wat vind aan te merken." —

Pieter was dus de dienaar van den kaper geworden. Eene nieuwe wisseling in zijn levenslot. Hij voorzag, dat zijne taak niet van de gemakkelijkste zou zijn. De Kapitein, liij had het opgemerkt, was aan den drank verslaafd en hij had dus het vooruitzicht zijn' meester somtijds beschonken te zien.

Vrienden te zoeken onder de manschappen was weinig geraden. Immers de Kapitein had zelf gezegd, dat zijn volk galgenaas was. En wat kon men ook anders verwachten, dan allerlei geboefte te vinden onder de bemanning van een kaperschip?

Het beste, wat hem te doen stond, was trouw op zijn' plicht te passen, en dit begreep hij ook. Vroeg of laat, zoo hoopte hij, zou hij ook uit deze moeilijke omstandigheden geraken; daarom hield hij moed en schikte zich in zijn lot. Zonder veel omslag te maken, zonder veel te zeg-