is toegevoegd aan je favorieten.

De wijde, wijde wereld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kloppen. Maar zij had het beloofd en het moest geschieden.

De eerste vreesachtige tik was te zacht om een sterfelijk oor te kunnen bereiken. Bij den tweeden, hoewel die niet veel harder was, hoorde zij iemand opstaan en John opende de deur. Zonder af te wachten wat zij te zeggen had, trok hij haar terstond naar binnen, ofschoon van hare zijde schoorvoetend, en geleidde haar zwijgend naar zijn vader. De oude heer zat in zijn grooten studeerstoel met een geopend boek naast zich. Hij keek er van op toen zij naar hem toe kwam, nam hare hand in de zijne en hield die eenige oogenblikken zwijgend vast. Ellen durfde de oogen niet opslaan, uür. ïinwp Winrf " reide hii zeer ern¬

stig hoewel zijn stem vriendelijk klonk, - „zijt ge hier gekomen om mijn eenzaamheid wat te vervroolijken?"

Tevergeefs poogde Ellen een verstaanbaar woord uit te brengen, het was haar niet mogelijk; opeens bukte zij vootover en drukte hare l.ppen op de hand, die op de leuning van den stoel lag. Hij legde zijne hand teeder op haar hoofd.

God zegene u overvloedig! zeide hij" „voor al de liefde, die ge h a ar betoond hebt. Kom, — als ge wilt,

en wees, voor zoover een gebroken

hart het mogelijk maakt, alles wat zij verlangde. Alles is het uwe, — uitgenomen hetgeen met haar begraven zal

worden." , ..

Ellen was zeer beklemd en bedroefd Niet omdat de woorden en zijn wijze van doen zoo droevig en zoo plechtig waren; maar het was de toon, die haar door het hart sneed. D.e klonk r4rr*pvirr nfs['ïioon ziin stem een

weinig beefde, maar de woorden kwamen blijkbaar uit een gebroken hart. Zij beefde van de moeite, die zij deed om zich te beheerschen. John vroeg haar opeens waarom zij gekomen was.

„Een heer,'" zeide Ellen, — „daar is een heer — een vreemdeling —

Hij gi^i? terstonds naar beneden en liet haar intusschen daar staan. Ellen wist niet of zij ook zou gaan ot blijven, daar hij haar niet medegenomen had, meende zij dat hij wenschte dat zij blijven zou; zij stond in twijfel.

Nu hoorde zij zijn voetsstappen door de gang klinken — de voetstappen van twee personen — de deur werd geopend en de vreemde heer trad binnen. Geen vreemde voor Ellen! Zij herkende hem terstond; het was haar oude vriend, haar vriend van de boot, — Mijnheer George Marshman.

Dominee Humphreys stond op om hem te ontvangen en de beide heeren schudden elkaar zwijgend de hand. Ellen was eerst naar de andere zijde van de kamer geweken en wilde, zoodra zij een gelegenheid zag, zich verwijderen; maar John hield haar met vriendelijken dwang tegen; en zij bleet stil naast hem staan hoewel zij bij zichzelve gevoelde, dat het hier voor haar ouden vriend niet de meest geschikte tijd noch plaats was om haar te herkennen. Hij zat naast dominee Humphreys en hield zich voor het oogenblik alleen met hem bezig. Ellen dacht in 't geheel niet aan hetgeen

zij met elkander spraKen; mei uc wgu. strak op Mijnheer Marshman gevestigd, las zij nog eens de bladzijden van het boek van haar verleden. Dezelfde vriendelijke blik en aangename stem, die haar in hare eerste droefheid vertroost hadden, zooals zij zien nog zoo levendig herinnerde, — de oude manier van spreken en zelfs van een hand of den arm te bewegen, — de welbekende gestalte en het gelaat, hoe brachten zij weer in Ellen's gedachten het dek van de stoomboot, de gezangen, de gesprekken, de liefde en vriendelijkheid, waarmede hij haar zoo hartelijk en dringend op haar plicht had gewezen; — alles stond haar weer voor den geest; en Ellen staarde hem aan als een schilderij van het verleden, voor het oogenblik ai het an-

' ,1 ,1 r. liofrlA

dere vergetende, mei ukchuc en vriendelijkheid trachtte hij nu woorden van troost tot dom nee Humphreys te zeggen; het was een moeilijke taak. De oude heer luisterde en antwoordde voor 't meerende:! kortaf, maar waaruit toch bleek dat de pogingen van zijn vriend vergeefsch waren; het bittere en grievende der droefheid was nog niet verzacht. .

Niet voordat John een opmerking maakte, keek Mijnheer Marshman naar dien kant; een oogenblik scheen hij