is toegevoegd aan je favorieten.

Geen deserteur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klaar stond, kwam hem om vergeving vragen omdat ze hem de waarheid gezegd had.

Want nu moest hij erkennen dat ze gelijk had gisteravond.

Het was ook laf om dadelijk weg te loopen als er onaangename dingen voorvielen, die hij had kunnen voorkomen! Alles begon hij anders en beter in te zien en hoe meer hij eigen schuld gevoelde, hoe lichter en prettiger het in hem werd.

En nu moest hij 't weer goed maken.

Niet weer „neutraal" handelen, maar door zelfoverwinning vrede maken en weer bewaren.

En niet alléén om Jaan en de anderen of zich zelf, maar 't meest omdat God dat gebood.

't Was zijn taak door God hem opgelegd!

Het duurde niet lang of Koen was beneden bij Jaan in de keuken. Ze stond met den rug naar de deur en was bezig een paar uien te schillen.

Daar voelde ze onverwachts een stevige hand op haar schouder en Koens stem klonk in haar oor. „Ik blijf, Jaan, enne, nou ja, van mij was 'tleelijk, waar zijn Paul en Henk, in den tuin?

Hè, wat waren die uien sterk, Jaan streek met de punt van haar boezelaar langs haar oogen.

Nu stak ze haar hand uit en zei vroolijk: „Dankje Koen, en nou altijd goeie vrienden, hè."

„En of," riep Koen welgemeend en zocht de jongens

in den tuin op.

„Gaan jullie mee fietsen," vroeg hij zoo gewoon mogelijk, „ik moet ook even naar 't telegraaf-kantoor."

„Ga je niet naar Dolf?" en Henk's oogen werden tweemaal zoo groot.