is toegevoegd aan je favorieten.

Het klaverblad van vier

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK I.

Het liefste plekje van de heele werëld.

«Goeden avond, Gerda!"

Met een lichte beweging van schrik wendde de aangesprokene het hoofd om. Een zonnestraal, die door het gebladerte van een groote linde heengedarteld kwam, viel nu juist schuin op een lief, frisch meisjesgelaat en gaf het een verhoogden blos. Dikke, kastanjebruine vlechten, in een krans rondom het hoofd gelegd, vormden thans in den warmen gloed der avondzon een kroon van goud, waaronder de heldere oogen als twee sterren schitterden.

Gerda was gezeten in een stevige roeiboot: haar handen hielden krachtig de riemen omvat. Blijkbaar op het punt om af te steken, bleef zij nog een wijle talmen. Onder haar stroomde met zachte deining de rivier, wier oppervlak bij het avondlicht als vloeibaar zilver glansde. In de verte bewogen zich kleine bootjes met helderwitte zeilen, of het meeuwen waren. Nu en dan scheerde een echte meeuw met sierlijken vleugelslag de dansende golfjes en vloog rakelings langs Gerda's gelaat. Maar daar schrikte zij niet van. Zij werd er ook niet door uit haar overpeinzing gewekt.

„Goeden avond, Gerda!"