is toegevoegd aan je favorieten.

Sprookjes van Andersen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij de kerkdeur stond een oud soldaat op krukken. Wat een wonderlijke baard had die oude soldaat, een lange, lange baard en niet wit, maar rood!

Hoe zou hij er niet dapper uitzien met zoo'n lange, roode baard?

Hij boog heel diep voor de oude dame en vroeg, of hij haar schoenen mocht poetsen.

Karen stak dadelijk haar voetje uit.

„Dat zijn mooie dansschoentjes", zei de oude soldaat, toen hij 't stof er van afveegde. ,,Heel mooie dansschoentjes, werkelijk! Pas maar op, dat je niet uitglijdt en valt."

De oude dame gaf den soldaat een stuiver en gind met Karen de kerk binnen.

Weer keken, evenals de vorige maal, alle menschen en alle beelden naar de roode schoenen.

Karen knielde voor het altaar neer, maar ze kon aan niets anders denken dan aan haar roode schoentjes.

Het koor begon te zingen, Karen hoorde 't niet. Ze dacht aan haar roode schoenen.

Toen allen hun gebeden zeiden, vergat zij