is toegevoegd aan je favorieten.

Russische sprookjes

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woordde ze: „Onze oudste is op tijd met het middageten van huis gegaan, ze moet dus zeker verdwaald zijn, en zal morgen wel terug komen."

De houthakker stond den volgenden ochtend weer voor dag en dauw op om naar het bosch te gaan, en zei nu, dat zijn tweede dochter hem het middagmaal moest komen brengen.

„Ik zal een zak met linzen meenemen", vervolgde hij, „want deze zijn grooter dan de gerstekorrels, zoodat zij ze beter zal kunnen zien, en dus den weg niet missen kan."

Tegen den middag ging het meisje met het eten naar het bosch, maar de linzen waren verdwenen; evenals den vorigen dag hadden de vogels ze alle opgepikt, zoodat er geen enkele meer te vinden was.

En het meisje dwaalde tot 's avonds laat door het bosch en kwam toen ook aan het huis van den ouden man. Zij klopte eveneens aan, en binnen gelaten, verzocht zij om eten en een nachtverblijf. De man met den witten baard vroeg weder aan de dieren:

„Mijn mooi kipje,

Mijn aardig haantje,

En jij, mijn beeldrig bonte koetje, ik wou, Wel weten wat jij daarvan zeggen zou."

En de dieren antwoordden weer „Tops", en alles ging precies hetzelfde als den vorigen avond. Het meisje kookte een heerlijk maal, at en dronk met den ouden man, maar bekommerde zich om de dieren niet. En toen zij naar haar bed vroeg, antwoordden zij: (je hebt me^ hem gegeten,

Je hebt met hem gedronken,

Maar hebt aan ons geen oogenblik gedacht,

Wel, kijk nu zelf maar, waar je blijft van nacht."

Toen zij nu ingeslapen was, kwam de oude man, bekeek haar eens hoofdschuddend en liet ook haar in den kelder zakken.

Den derden morgen zei de houthakker tot zijn vrouw: „Stuur van middag onze jongste met het eten naar het bosch; zij is altijd goed en gehoorzaam geweest en zal wel op het rechte pad blijven en niet evenals haar zusters omloopen en ronddwalen."

Maar de moeder verzette zich en zei: „Moeten wij ons liefste kind dan ook nog verliezen !"