Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Siau stoomden wij 's morgens om vier uur weg om gedurende de vaart naar Sangir te kunnen dreggen. Wij deden dit ook op een diepte van 2000 M.; ten gevolge dier groote diepte kwam het net 's avonds eerst om half zeven boven en bevatte tot onze groote teleurstelling slechts stukken dood hout. Telkens en telkens weer brachten onze netten bladeren, takken, soms heele boomstammen boven, die door de rivieren naar zee gevoerd, daar eindelijk na vermoedelijk lange reizen op den bodem gezonken waren en tot voedsel aan diepzee-dieren konden strekken. Zoo was het ook ditmaal een kleine troost, dat WEBER en VERSLUYS den volgenden ochtend een heele fauna uit het hout konden beitelen als slakjes, wormen, zeesterren etc. etc, die zelfs heele kanalen in het hout hadden geknaagd of de gangen door andere dieren gemaakt, bewoonden. Of het echte diepzeedieren waren of wel met het hout langzamerhand in diep water gezakte dieren, kon aan boord niet uitgemaakt worden.

Bij het inhalen van het net had dien dag een ongeluk plaats; een der matrozen werd gewond. Wanneer de kabel ingewonden werd, moest altijd een of meerdere matrozen bij den kabel staan met een lap in de hand, waardoor hij den kabel moesten laten loopen. Dit geschiedde ook wanneer de loodlijn binnen kwam en diende om kabel en loodlijn van het overvloedige water te ontdoen. De inlanders raakteu hierbij altijd aan het soezen; men kon ze niet langer dan een kwartier dit eenvoudige werk laten doen. Zij dommelden altijd in en in plaats van den kabel door de hand te laten glijden, trok dan de kabel de hand mede. Voortdurend werden zij op het gevaar hieraan verbonden, opmerkzaam gemaakt. De domme, droomerige pario raakte dien dag met zijn heele hand beklemd tusschen den kabel en een der schijven; hij hief echter gelukkig nog bij tijds, zoo'n erbarmelijk geschreeuw aan, dat Loyer aan kwam snellen en nog vroeg genoeg de machine kon doen stilstaan om een ernstige kneuzing te voorkomen. De wond aan Pario's

Sluiten