Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mevrouw de schoolmeester etc, wel zes in getal, ieder met een kind. De heeren verzochten de dames naar boven te gaan op de campagne, waar ik ze moest ontvangen. „Dag mefrrrouw", zeide mevrouw de posthouder, „dag mevrouw" antwoordde ik en zoo vervolgens tot allen boven en in een kring gezeten waren. Toen begon de moeilijkheid; hun Hollandsch was uitgeput en wat beteekende mijn mondjevol Maleisch in het gezelschap van deze zes dames! Zoo goed en zoo kwaad als het ging hield ik de conversatie gaande en bemerkte al gauw, dat iedere dame verwachtte, dat ik beurtelings naast haar zoude komen zitten en een praatje met haar houden, want toen ik wat lang naast mevrouw de posthouder bleef zitten, werd deze stil en mevrouw de president schoof onrustig op haar stoel heen en weder, als wilde zij zeggen: „nu de beurt aan mij". De dames kregen frambozenstroop en koekjes, de jongens beneden ook en aan den meester en zijn kweekelingen werden wijn en sigaren aangeboden. Dat vonden zij wél voornaam, maar ik geloof niet erg lekker. De kinderen zongen vaderlandsche liederen, dat aardig klonk, al ontbrak helaas de eerste stem. Loyer werd er van aangedaan en de machinisten, ja zelfs de Javanen luisterden aandachtig toe. Allen vonden het een aardige afwisseling in hun eentonig leven en het dek zag er dien avond vroolijk uit met al die genoegelijke gezichten.

De dames boven waren opgestaan en bekeken het schip en ons licht. „Was dat nu „lampo gas?" — Neen „lampo elektriek". Zij keken mij aan en daar stond ik met den mond vol tanden; ik zag geen kans haar in het Maleisch het verschil tusschen gaslicht en electrisch licht duidelijk te maken en maakte er met recht maar wat van. En toen trok mevrouw de posthouder de stoute schoenen aan en vroeg of de dames den gamelang niet eens mochten zien. Ik geloof vast, dat 'et 'em eigenlijk daarom alleen al dien tijd te doen was geweest. Wij togen naar het vooronder, waar wij gepakt zaten als haringen in een ton; de Javanen

Sluiten