Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geworden als een hond, wilde voortdurend bij de menschen zijn en assisteerde met voorliefde bij onze maaltijden ook al ter wille der mangapitten, die hij met graagte verzwolg evenals eieren, die hij met schaal en al opslikte, als hij er een machtig kon worden. Door de kale huid van den hals zag men dan de pit of het ei naar beneden glijden, 's Avonds lag Piet vlak naast den stoel van Weber en wanneer wij de slaapkamer binnengingen en Piet alleen buiten moest Wijven, maakte hij allerlei geluiden van toorn of verdriet tot hij eindelijk troost zocht bij baboe, die het dier dan maar bij haar op den grond liet slapen. Het koddigst waren de gevechten van Piet met de arme kampong-honden; deze magere, eeuwig hongerende dieren, aangetrokken door den reuk van afgekloven kippenbeentjes, kwamen herhaaldelijk bij ons, maar Piet joeg ze altijd weg, en als ze niet gauw genoeg het hazenpad kozen, hadden zij een aanval van Piet te verduren, waarbij zij onder de voeten van den flinken vogel raakten, die op hun rug ging dansen. Piet werd daar* entegen smadelijk op de vlucht gejaagd door een moedige kloek, die voor hare kuikens ging staan en den zooveel grooteren vogel naar den hals vloog. Dan stoof Piet weg met uitgebreide vleugels, alles omverschoppende, wat bij toeval in zijn weg stond.

In een der boomen, die op het erf rondom den passagrahan stonden, ontdekte Bandong een bijennest; de handige bewegelijke jongen - hij had vroeger te Buitenzorg schermlessen van een inlandschen meester gehad en daarvan in het gewone leven een groote levendigheid in zijn bewegingen en gebaren overgehouden - stak dadelijk een vuurtje aan onder den tak, waaraan het bijennest hing. Om zijn hals bond hij een doek en zonder eenige verdere beschutting klom hij met een mes en bak gewapend, die hij aan een touw op den rug had hangen, den boom in. Bovengekomen sneed hij het geheele nest met de door den rook half bedwelmde byen van den tak af, liet het in den bak glijden

Sluiten