Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krater, welke de plaats der tegenwoordige Banda-eilanden innam. De thans nog werkende vulkaan is door een nauwe straat, het Zonnegat, van Banda-Neira of Klein-Banda gescheiden ; Groot-Banda of Lonthoir omgeeft halfmaanvormig deze beide eilanden, Rozengain en Ai liggen verder af en Run en Sewangi eindelijk zijn wellicht overblijfsels van den alleroudsten, buitensten kraterrand.

Hoe bekoorlijk lagen de Banda-eilanden in het licht van de ondergaande zon, terwijl de Siboga de haven binnenstoomde. Hoe weelderig bedekt met zwaar bosch waren Groot- en Klein-Banda, welk contrast vormden zij met den steilen, kalen, huivering wekkenden vulkaan. De lucht tusschen deze eilanden was bezwangerd met fijne geuren, zeker afkomstig van de notemuskaatbosschen, wier teelt het voornaamste bedrijf in Banda is, zoodat notemuskaat en hare bijproducten : de foelie en het notenvet, de hoofd voortbrengselen dezer eilanden zijn. Ook hier op Banda waren evenals te Ternate de Portugeezën ons Hollanders vóór geweest en hadden een fort gebouwd, dat aan zee ligt en thans fort Nassau heet. Een tweede fort van Hollandschen oorsprong, en Belgica geheeten, ligt op een lagen heuvel achter fort Nassau en deed met zijn kleine, ronde torens aan een aardig fort uit een bouwdoos denken, doch naar men mij verzekerde, zijn die geestige torentjes sedert ons bezoek geslecht. Dieper in de haven ligt de versterking „de Voorzichtigheid", die tegenwoordig als kampement voor de Hollandsche troepen dienst doet, terwijl een prachtige laan van tamarindeboomen, waar de erven der voornaamste bewoners van Banda op uitkomen, langs zee loopt. Onder die tamarindeboomen ziet men een bronzen buste van Koning Willem III staan en voor de sociëteit een enorme ronde tafel, omgeven door gemakkelijke stoelen: het was zoo recht een type van de welbekende Indische „kletstafel", waaromheen gezeten de heeren hun bittertje drinken en de dames hun opmerkingen maken. Aangename dagen hebben wij hier tijdens ons gedwongen

Sluiten