Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Holothurien der Siboga-Expeditie, waarin o. a. .acht en zeventig nieuwe soorten beschreven zijn, een anderen naam. Het uitgebreide materiaal, waarover Prof. SLUITER beschikken kon, gaf tevens aanleiding verschillende vragen van meer algemeenen aard te behandelen, waarmede ik evenwel den lezer niet vermoeien mag.

Den 2/*sten verlieten wij de Jedan-eilanden. Op de terugreis was TjOE SENG even hoffelijk en beleefd als op de heenreis en weigerde hardnekkig elke vergoeding, die hem voor zijn moeite aangeboden werd. Hij zeide, dat de beleefde behandeling, die hij ondervonden had, hem aangenamer was dan eenige belooning en vroeg, of hij ons te Dobbo eens tripang mocht voorzetten. De Chineesche lekkernij viel bij ons niet in den smaak; men moet, dunkt mij, van kindsbeen af dit kostje als een lekkernij hebben hooren roemen, om het smakelijk te vinden.

Te Dobbo moesten wij kolen innemen, doch die kolen hadden nog den vorigen dag in het pakhuis gebrand. Een partijtje, dat het allerminst te vertrouwen was, werd aan dek gelegd om het eerst opgebruikt te worden en in het geheel maar twintig ton ingenomen. Men kan zich de bekommerde blikken van den heer KLAZINGA voorstellen, die met dat goedje stoomen moest!

De mailboot werd den 3isten Dec. van den lasten lengtegraad van Nieuw-Guinea terugverwacht, en daar zij rijst en andere levensmiddelen voor ons aan boord had, moesten wij zoolang te Dobbo blijven, om daarna, volgens een vastgesteld plan, naar de Tenimber-eilanden te gaan. Al schrijvende, pakkende en photographeerende werd de tijd gesleten en met vreugde den 30^11 de „Pel" gesignaleerd. Maar het vreeselijk nieuws, dat zij medebracht, deed alle plannen wijzigen en vervulden ons geheel. De „Pel", volgens haar contract met de Regeering, op haar station op den lasten lengtegraad gekomen, had haar zeilsloep met vier officieren en eenige matrozen naar den wal gezonden om, zooals de

Sluiten