Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en kneep Roeki's hand, die zelf 200 overstuur was, dat hij hiervan niets merkte.

Als een kudde vee werden zij met een vloeken en stompen de loopplank opgedreven. Een lange, lange stoet van contractkoelies werd ingeladen. Somber zwijgend gingen de mannen. Onder hun half geloken oogleden dreigden loerende blikken. Zij hielden hun hoofd en schouders ingetrokken, als dieren, bang voor slaag. Maar in hun angst was verzet. Een gevaar, dat toch niemand achtte: zij waren de zwakkeren immers.... Orang-kontrak! Naar lijf en ziel verkochten

De vrouwen slaakten hooge hysterische gilletjes, toen zij de steile loopplank op moesten. Zij klemden zich soms vast aan de leuning of grepen elkaar bij den arm. Maar een streng woord van een der mannen of van een matroos deed hen verder gaan.

Het heele kuildek was volgepropt met contractanten toen eindelijk de loopplank werd binnengehaald en de stoomfluit zwaar dreunend over de gansche haven weerklonk.

Door het schip sidderde een huivering Heellang-

zaam week de kade.

„Maar wij gaan wég van het land!" riep Karminah verschrikt. Rocki's mond viel open. Hij óók, had dit niet voorzien! Hij had niet begrepen, waarom zij op het schip moesten. En hij had het ook niet gevraagd, want hij had er niet over nagedacht. Hij stond dicht bij de verschansing en staarde in het vuile water, dat het schip scheidde van den steiger. Een zonderling gevoel kwam in zijn hoofd. Een duizeling. Was het omdat voor het eerst de bodem onder zijn voeten wankelde, of was het een gtóótete ontroering, die zijn ziel beroerde, maar die zijn hart niet begreep?

Karminah bad een punt van haar slendang in haar mond. Haar oogen stonden wijd open, wijd en star.

Sluiten