Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de Chineezen. Tusschen de pondoks en de kongsi's lag als een diepe kloof die onverzoenlijke veete van twee verschillende Oostetsche godsdiensten....

In lange rijen trokken ze yoorbij: moede gestalten. Over hun schouder, hun tjankol. Donker bruin, bijna zwart waren hun half naakte lijven, die eiken dag tien uren lang zwoegden onder den onbarmhartigen gloed van de zon. En op die donkere lijven streepte, als op de donkere karbouwenlijven, de opdrogende modder in vale grijze striemen.

Van de mannen, die langs gingen, kwamen er enkelen op het kantoor toe, hurkten neer en wachtten. Mannen, met magere lichamen, waarop het zware werk spieren geteekend bad. Zij zaten een beetje apart van de nieuwe koehes, keken af en toe tersluiks naar de nieuwelingen, namen de vrouwen op, alsof zij haar aantal telden.

„Wat willen jullie ?"

De hoofdmandoer had zijn vraag in hun gezicht gesnauwd.

Een der koehes rees overeind, deed gebogen een paar stappen naar den hoofdmandoer en hurkte dan weer neer.

„Ik vraag een vrouw, mandor besar!"

„Hoe is je naam?"

„Sentono, Pa. Ik heb al zes jaren kontrakt, maar ik heb nog geen vrouw."

„Er zijn maar vijftien vrouwen meegekomen."

„Dat zie ik, Pa. Maar als de mandor besar medehjden met mij heeft en als het hem belieft mij een vrouw toe te wijzen, dan vraag ik om een vrouw, P4."

De hoofdmandoer bedacht zich een moment.

„Goed," zei hij dan. Hij wist, dat deze koehe na de uitbetaling stilzwijgend en zonder dat de assistent het zag, een gedeelte van zijn loon aan hem zou afstaan voor het ontvangen van een vrouw. Hij keerde zich

Sluiten