Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kromoredjo was eindelijk uit het hospitaal terug. Hij hinkte over het pondokterrein met een primitieve kruk uit een stevigen stok gemaakt. Zijn eene been was afgezet tot aan de knie.

„Ts... .ehl" riepen de koehes verbaasd: „Kromoredjo is terug!"

Dan lachten ze, wijzend op zijn verminktheid:

„Eh....! Ze hebben zijn been afgesneden! Nu is hij kreupel 1"

In dat oogenblik werd zijn bijnaam geboren: Si Boentoeng, de Stomp

Beschaamd zweeg Kromoredjo. Verminkt zijn, dat is een groote schande. Dan lacht iedereen je uit. En uitgelachen worden is de ergste smaad. Hij hinkte naar zijn kamertje, vond daar Roeki.

„Ts eh ! Kromoredjo! Jk dacht al, dat je

dood was!"

„Br ben niet dood," zei Kromoredjo, „maar ze hebben mijn been afgesneden."

.Hij ging zitten op de baleh-baleh, toonde de verminkte stomp. Roeki klakte met zijn tong van verbazing.

„Ts... .ts... .ts! Nee, zóó wat!"

Kromoredjo zat met gebogen hoofd.

„T" de kampong zou ik zijn dood gegaan," zei hij... , Jk was hever dood gegaan. Dat heb ik ook tegen den toewan dokter gezegd. Maar die is boos geworden en

Sluiten