Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

net als vroeger, toen hij over de paddie waakte. Alleen dat hier de dichte boomkruinen boven zijn hoofd waren. De hemel zag hij niet, maar dat deerde hem niet.

In het kanaal door het bosch maakte bij dammetjes, ving er allerlei vischjes, die bij roosterde boven een houtvuur. Hij had nog nooit zoo goed geleefd sinds bij in contract was.

Tevreden bedacht hij dit alles . Dan werd zijn

aandacht getrokken door een aap, die van tak op tak sprong. Het was een wijfje, zag Roeki, ze had een jong. Het klemde zich aan den moederbuik vast en maakte zachte, hooge geluidjes telkens als de moeder sprong.

„Hr.... hr " joeg Roeki haar op. Ze haastte

zich weg, verschrikt door de aanwezigheid van een mensch. Roeki lachte. Hij lachte, Zooals bij eens gelachen had om den kiekendief, dien hij stuitte in zijn val. En luid klonk door de stilte van het bosch Roeki's stem en de booze geluiden van de aap. Het dempte de voetstappen, die Roeki niet hoorde komen. Een hand boog de heesters wat opzij.

„Na loe....! Dus je bent hietl"

Roeki dook in mekaar, net zoo hevig geschrokken van dezen mensch als de aap van hém was geschrokken. Achter hem stond de tjenteng, de civiele agent van den toewan besar.

„Wat is er schrok je?" vroeg hij grinnikend.

„Ik had je niet hooren komen," zei Roeki.

„Je moet mee... ik zoek al zeventien dagen naar je."

Roeki keek hem aan. De vrijheid had hem zijn oude gevoel van eigenwaarde teruggegeven.

„Ik wil niet," zei hij donker.

„Ah.... maak geen kunsten, adeh! Wat zoek je in het bosch? Eenmaal moet je toch terug. Van het contract wegloopen, dat gaat niet zoo makkelijk.... Ajo,

Sluiten