Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De koelies hieven hun hoofd.... Twintig gulden, dat was veel geld....

„Ik teeken bij, pi Dan ga ik over achttien

maanden...."

Zoo had Roeki bijgeteekend. Ook de anderen. De hoofdmandoer kreeg er zijn premie van, maar dat wist Roeki toen nog niet.

Achttien maanden, dat leek niet lang. Hij kreeg de twintig gulden. Twee nachten dobbelde hij. Toen had bij alles verloren. Een baadje had hij niet gekocht. Een hoofddoek ook niet. En ook zijn baleh-baleh was nog leeg, zonder tikar, zonder kussen. Zoo bleef het alles bij het oude.

Ook die achttien maanden gingen voorbij en nog eens teekende Roeki bij. Hij wist het nu al uk zichzelf:

arm kon je niet terug gaan Nog eens kreeg hij

twintig gulden. Ditmaal dobbelde bij niet. Hij ging naar de maleische kampong om een baadje te koopen en een hoofddoek, want als dit contract zou zijn afgeloopen, wilde hij terug. Maar in een chineesche kedeh zag hij een klok. Een klok, die viermaal in het uur een deuntje speelde. Hij vergat, wat hij koopen wilde. Hij kocht de klok. Ze kostte twintig gulden. Tevreden en gelukkig ging hij er mee naar de pondok. Hij kon niet zien welk uur zij aanwees, want zooiets had hij nooit geleerd. Hij luisterde alleen maar naar het deuntje en het regelmatig tikken en hij vond het een genot met den sleutel de klok te kunnen opdraaien. Hij had er plezier mee, zooals een kind met een nieuw stuk speelgoed en hij dacht er niet aan, dat hij daarvoor zich voor achttien maanden naar hjf en ziel verkocht. Ook zijn kameraden vonden de klok prachtig. Twee maanden tikte ze in het jonggezeilenkamertje, speelde ze haar deuntjes.... Toen was ze stuk. Roeki had haar een keer laten vallen. Het glas was ook gebroken. En voor-

Sluiten