Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

IN HET RUWE NOORDEN.

Nog nimmer was het krijgsrumoer zoo algemeen, de strijdmacht die vereenigd werd zoo geducht, en het vooruitzicht op een roemrijken veldtocht zoo zeker geweest, als in het gedenkwaardige jaar 1812, toen de groote keizer der Franschen aan den grooten keizer der Russen den oorlog verklaarde.

Nog nimmer hadden zooveel legerafdeelingen van verschillende natiën zich tot één reusachtig geheel gevormd en gehoorzaamd aan deri wil van één man. Polen en Portugeezen, Oostenrijkers en Spanjaarden, Pruissen en Italianen, Zwitsers en Hollanders, oud en jong, koningen en bedelaars, meer dan een half millioen tot de tanden gewapende soldaten rukten, met of zonder geestdrift, naar de grenzen van het kolossale Rusland, dat het gewaagd had zich te verzetten tegen de wetten van een Napoleon.

„Rusland verbond zich voor eeuwig met Frankrijk tegen Engeland!" riep de groote keizer der Franschen bij een legerorder zijne heirscharen toe, „en thans verbreekt het zijn dure eeden. Rusland wordt medegesleept door het noodlot, dat het ten verderve voert. Of gelooft het dat wij ontaard, dat wij niet meer de soldaten van Austerlitz zijn ? Rusland dwingt ons te kiezen tusschen de schande of den oorlog. De keus is niet twijfelachtig. Voorwaarts dus, de Niemen overgestoken en den oorlog op russisch grondgebied overgebracht !"

Sluiten