Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo verre noemen, dat hare bevolking bestond uit een mengelmoes van negen of tien natiën, van welke de portugeesche het talrijkst vertegenwoordigd werd door afstammelingen der eerste kolonisten. De portugeesche taal had er ook het burgerrecht verkregen, en werd zelfs gesproken door de Bengalezen, Armenianen en Perzen die zich aldaar als kooplieden hadden gevestigd. Overigens kostte Malakka het nederlandsch gouvernement meer dan het opbracht. Van kultures was geene sprake; de vruchtbare bodem lag braak uit gebrek aan handen. De 22,000 zielen die de bevolking uitmaakten woonden allen in de stad en wijdden zich geheel aan den handel.

Ruim twee en een half jaar voerde Krieger het bevel over de troepen; zijn verblijf aldaar werd slechts afgewisseld door een paar inspectiën over de bezettingen op Riouw, een eiland dat tot zijn militair kommando behoorde. Bij zijn eerste bezoek bleef hij niet in gebreke zijn opwachting te maken bij den onderkoning en diens moeder, de oude'sultane Tonko Poetrie. Hij genoot zelfs de eer bij deze laatste te dineeren, en voor een enkele keer was het inderdaad wel de moeite waard zulk een deftig diner bij te wonen; want deftig was het. De dertig maagden die de gasten bedienden, stonden niet achter, maar zaten met de gasten op de tafel, en tot zeven malen toe werd het zilver tafelservies verwisseld. In weerwil van al die pracht werd er zeer slecht gegeten ; want al vertegenwoordigde het tafelservies een waarde van tien of twintigduizend gulden; de aangeboden spijzen hadden stellig geen tien gulden gekost. Na afloop van den maaltijd ontving ieder gast een nieuwen neusdoek, gevuld met gebak en siriebladen, als een blijk van vorstelijke toegenegenheid.

Toen Krieger voor de tweede maal Riouw bezocht, bracht hij een kompagnie Europeanen mede; want de boegineesche bevolking was in opstand gekomen en de bezetting van het fort Tjandjong Pinang verkeerde in groot gevaar. Ook deze episode uit Kriegers

Sluiten