Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jagers, daar in bezetting, moest medegaan; waarheen? dat begreep niemand, want het district was rustig, en voor een krijgstocht op eenigen afstand was de overste nog te zwak. Men marcheerde door den afgebranden kampong Tappi-Sello, nog steeds een toonbeeld van verwoesting, naar den nieuw opgerichten post te KepongBetongkat. Na een paar uren rust ging het verder bergopwaarts naar den Marapalm. De overste was stil en teruggetrokken; geen wonder! het bestijgen van het steile bergpad moest hem, zelfs te paard, wel vermoeien; maar dat zwijgen, die sombere uitdrukking op dat gewoonlijk zoo heldere, levendige gelaat deelde zich onwillekeurig aan de soldaten mede. Geen gezang, geen vroohjk gesnap, geen kwinkslag werd er gehoord en in stilte de in een dichten

nevel gehulden top bereikt.

Toen het kommando van halt klonk, bevond men zich bij het graf van hem, aan wien ieder jager gedacht had van het oogenbhk dat de weg naar den Marapalm was ingeslagen; van hem, wiens beeldtenis Krieger in zijne wondkoortsen steeds voor den geest had gezweefd; van den goeden vriend, van den braven kapitein Schenk!

Daar stond zijn kompagnie bij de eenvoudige grafnaald en bracht hem zwijgend een bezoek. Zwijgend; want woorden zouden hier, waar het hart zóó sprak, wanklanken zijn. Daar rustte de stof, maar de geest van Schenk leefde voort bij zijn kompagnie. Zie slechts de vlag, die aan een lans gehecht door den oudsten jager gedragen wordt, de vlag waarop onwillekeurig ieder een blik werpt. De bergwind houdt haar ontplooid en toont u een schoenen naam, den naam van Schenk; de lans, die tot vlaggestok dient en thans

trilt in de hand des bewogen dragers, is het wapen waarmede Schenk

gedood werd. Van den dag waarop Schenk den heldendood stierf, is de kompagnie nooit onder de wapens gekomen zonder zich te herinneren aan de verplichting om zich in de ure des gevaars als Schenk te gedragen.

Sluiten