Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den moesten grover zijn of langs den grooten weg loopen, om door het nieuwe bestuur opgemerkt te worden. Wel rekende men er op vroeg of laat nog een oproerigen kampong te moeten tuchtigen, wel geloofden vele officieren dat zoolang er nog land te veroveren overbleef, er ook nog nieuwe expeditiön in het verschiet lagen, maar dat men zich op een krater bevond die straks met donderend geweld zou losbarsten, daaraan dacht niemand.

Twee jagers van het garnizoen te Bondjol, bestemd om den maandelijkschen voorraad vivres van Bjerro af te halen, begaven zich den 2gitcn December welgemoed op weg. Het marcheeren door het prachtige bergland was altijd een uitspanning; op de halten toch ontmoette men weer oude kennissen, hoorde men wat nieuws, en te Bjerro vooral was het levendig; daar waren chineesche handelaars, bij wie zij voor een paar honderd gulden ververschingen voor hunne kameraden moesten inkoopen; het geld hadden zij er voor mede gekregen. Acht maleische koelies, die van post tot post verwisseld werden droegen de ledige vaten en zakken welke te Bjerro met arak en rijst gevuld zouden worden.

Nabij kampong Pisang, waar zich een correspondentie-post bevond, toevertrouwd aan een sergeant met zeventien man, werd den eersten nacht gerust en 's anderendaags, nadat men zich van andere koelies had voorzien, de reis vervolgd naar het Fort Vermeulen Krieger. Drie palen afgelegd hebbende, klaagden de koelies over vermoeidheid en verzochten te mogen rusten. Men bevond zich toen in het midden van een woest gebergte, ver van eenig bewoond oord. Nauwelijks is het verzoek toegestaan en zijn de vrachten neergezet, of de koelies werpen zich onverhoeds op de jagers en maken hen met den klewang af. Het is het werk van een halve minuut. De lijken worden ontkleed en in de wildernis verborgen; daarna verdeelt men de wapens, de kleederen en het contante geld in acht

Sluiten