Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwam Elout in Februari op het denkbeeld, de meest verwijderde posten te doen bezetten door de javaansche hulptroepen onder bevel van den Ali-Bassa. Hoewel Krieger zich hiermede geenszins kon vereenigen omdat hij reden had den javaanschen Tommonggong te wantrouwen, voldeed hij echter aan de ontvangen bevelen, trok zijne troepen terug uit de distrikten Boea, Lintau en Boekit Kaman en liet het grootste gedeelte der oorlogsbehoeften, die op de verschillende posten voorhanden waren, ter beschikking van den Ali-Bassa achter. Nauwelijks was deze zijn eigen meester, of hij nam een hoogen toon aan, liet zich Koning van Java noemen, en schreef een algemeene vergadering te Pagar-Roejong uit, waarop de maleische hoofden een eed van getrouwheid aan hem, den opperbevelhebber der padangsche bovenlanden, zouden afleggen !

Vergezeld van een aantal officieren en tachtig bajonnetten deed hij werkelijk den i8den Februari met groote statie zijn intocht te Pagar-Roejong, nam zijn intrek bij den regent, en meldde zich

daarna aan het hoofdkwartier.

Het was Krieger bekend dat Elout den Ali-Bassa verzocht had de poeasa — een mohamedaansch feest — in stilte te Lintau of Alaban te vieren; natuurlijk was dus zijn eerste vraag: waarom Prawiro Dirdjo handelde tegen den wensch van den resident?

„Tegen den wensch van den resident?" zeide de Ali-Bassa op luchtigen toon, „dat is volstrekt het geval niet. Ik heb den resident van mijn plan kennis gegeven en hij keurde het goed. Bovendien, de Toeankoe's zijn reeds opgeroepen; de bevolking rekent op eene luisterrijke poeasa, en ik wil haar niet teleurstellen.

„Er moet een misverstand plaats hebben tusschen den resident en u, Ali-Bassa" antwoordde Krieger; „de resident verlangt geen vergadering."

„Wordt die belet," hervatte Prawiro Dirdjo dreigend „dan komt de bevolking in opstand, dan is de oorlog onvermijdelijk.

Zoowel de houding als de woorden van den Ali-Bassa bevestig-

Sluiten