Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervangen; een soort van deftigen glimlach speelde om zijn mond. Op zijn net gescheiden, door versche klapper-olie glanzend haar prijkte thans een stroohoed. Op een gekleurd dasje na, stak Pieterse geheel in het wit; en ofschoon het wit onberispelijk was, waren er toch nog schakeeringen in op te merken. De hemdborst bijvoorbeeld was ontegenzeggelijk witter dan het witte buisje; en de witte boordjes die zijn gebronsde kakebeenen beschermden, waren witter dan het witste hermelijn. Even als leelijke vrouwen zich met veelkleurige kleederen schooner denken te maken, had sinjo Pieterse met alle sinjo's de zucht gemeen, om hetgeen zijn huid aan blankheid miste, door witte kleederen aan te vullen. Die hagelwitte boordjes verhoogden dan ook niet weinig den bruinen tint zijner hoekige wangen en spichtige vingers (handschoenen droeg hij zelden), maar staken evenwel nog af bij het doorschijnende

zijner parelwitte tanden.

Het stijve, houterige figuur van Pieterse deed een hoogeren leeftijd vermoeden dan hij reeds bereikt had. Pieterse telde nog geen veertig jaren. Daarvan was hij ruim vijf-en-twintig in gouvernementsdienst als ambtenaar bij de secretarie, klerk van de tweede klasse op tachtig gulden per maand. Er bestond alle reden om te gelooven, dat Pieterse tevreden was. Hij had zich geloof ik, mm- ^ mer voorgesteld iets meer dan klerk te worden; nooit zoudt gij hem hooren pruttelen over de dienst of over miskenning. Veel was 't wel niet, tachtig gulden per maand; maar primo was Pieterse zuinig en netjes als iedere klerk in elk land ter wereld - immers zoo lang hij ambtenaar was, had hij zich zelf nooit met een inktvlakje bespat,-en secundo had Pieterse buitenkansjes, die hem in staat stelden aan zijn kooplust te voldoen en zijn inboedel te verrijken, om zijn vrouw en dochter een extraatje te geven als zij te lastig werden, ja zelfs eenmaal om een paard te koopen, et ideaal van eiken sinjo,-dat hij evenwel acht dagen later met tien

Sluiten