Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorsten dragen djimats (talismans) en roepen: „schiet maar!" Gosewitz brandt een éénponder af met schroot geladen. Eenige onkwetsbaren vallen; de overigen wijken naar den hoofdtroep. Slechts zeven voorvechters loopen door en beginnen de palissaden te kappen, maar toen er weder twee getroffen worden, laten ze af.

Het bleek later dat deze aanval, die den vijand vijftien man kostte, eenige uren te vroeg was begonnen. Te 2 uur na den middag zou men van vier kanten te gelijk hebben aangevallen; zoo had Antassari het bevolen. De strijdlust was evenwel onbedwingbaar geweest.

Beeckman berichtte het gebeurde aan den militairen kommandant te Bandjer; het bericht kwam evenwel niet terecht, de bode werd vermoord. Den matrozen-kampong, die den vijand kon dienen om de versterking bedekt te naderen; liet Beeckman den volgenden dag afbranden; ook staakte men het mijnwerk, waarmede tot dusverre op strengen last van den resident was voortgegaan.

Tot nu toe had men de matrozen meer vertrouwd dan de kettingganger. Toen evenwel in één nacht (4 Mei) 94 matrozen te gelijk wegliepen en daarentegen slechts weinige kettingangers, toen in het geheel 165 matrozen tot den vijand overgingen, begreep Beeckman meer op de Javaansche veroordeelden te kunnen rekenen, en plaatste hij bij eiken matroos op post één kettingganger, met last dezen bij het minste verraad neer te stooten. Dit verhief den Javaan en voorkwam verdere desertie. Eenige dagen later werden elf kettinggangers, die het vee verzorgden, door den vijand vermoord ; toen was men zeker van de overigen.

In den ochtend van den 8*- Mei verzamelde zich een talrijke

nde op de hoogten achter het établissement, een andere aan de oostzijde. Tot twee uur het fort beschietende, trokken zij af met achterlating van een vijftigtal posten rondom het établissement, die vooral 's nachts de schildwachten zochten te bekruipen. Een patrouille,

Sluiten