Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrediging van geheele landen en volken, wier geest dikwerf gebukt ging onder het gewicht der verantwoordelijkheid, die bij de minste zorgeloosheid, bij een oogenblik van zwakheid, gevaar hepen hun goeden naam voor lang, voor altijd te verliezen, en bij onafgebroken inspanning, bij volkomen reüssite, tot belooning zich zien voorbijstreven door een zoogenaamd staf-officier.

Het schijnt ongelooflijk moeielijk te zijn van oude vormen afstand te doen om betere aan te nemen, hoe slecht en versleten de oude, hoe goed en onontbeerlijk de nieuwe vorm ook zijn moge. Men lacht zoo gaarne om die bespottelijke gehechtheid van Indianen aan hunne adat's, maar onze eigene adat's worden even goed, nog veel sterker, onderhouden en aangebeden. Want geeft het een anderen naam als gij kunt, als a d a t, gewoonte, sleur, om moedwillig jaar in jaar uit, eeuw in eeuw uit, s t a f te blijven noemen wat nergens staf genoemd is en nooit staf geweest is; noem het niet bespottelijk, als gij kunt, aan jeugdige militairen, uit instructieboeken en bij voordracht, te onderwijzen dat de infanterie te voet gaat en kavalerie te paard rijdt, om hem daarna naar het exercitieveld te brengen, waar hij, o verbazing! den infanterist boven op het paard ziet zitten en den kavalerist door den modder baggeren. Is het niet de uitwerking der a d a t, zich niet eens meer te verwonderen over een generalen staf die niet teekent, die niet opmeet, maar die slechts zit te schrijven; terwijl de infanterie en genie terrein opmeten, in kaart brengen, statistieke aanteekeningen houden, verkenningen doen, kolonnes geleiden, enz.

Is het niet bij wijze van uitzondering gebeurd, dat een paar malen een enkel ondergeschikt officier van den generalen staf, als staf-oficier met een militaire expeditie te velde trok; en zijn het niet in den regel infanterie- en genie-officieren die speciaal tot werkelijke stafdienst gebruikt worden, zoowel in vredestijd als tegenover den vijand. Hoe aangenaam, hoe eervol voor hen, is

Sluiten