Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn souverein den sultan van Siak, wiens land een deel uitmaakt van Nederlandsch-Indie."

„Aangezien de radja van Assahan bij brief van 14 Mei 1865 den vorst van Danei heeft uitgenoodigd om gezamenlijk met hem het N. I. gouvernement aan te vallen, en daarbij heeft gezegd dat de vorst niet getrouw aan het N. I. gouvernement behoefde te zijn en dat hij dit van de'Engelschen had."

„Aangezien hierdoor de radja van Assahan niet alleen zijn voornemen heeft aan den dag gelegd om vijandig te bejegenen het N. I. gouvernement, hoezeer dit hem daartoe nimmer de geringste aanleiding heeft gegeven, maar hij bovendien de onwetende menigte heeft willen in den waan brengen dat het Engelsche gouvernement, welks koningin bevriend is met Z. M. den koning der Nederlanden, hem daarin zou helpen, waardoor hij zoowel het Engelsche als het Nederlandsche gouvernement heeft beleedigd."

„Aangezien een broeder van den radja van Assahan, genaamd Toeangkoe Pangeran Besar, bij een brief van 26 Radjab 1281 (25 December 1864) aan den assistent-resident van Siak heeft verklaard dat het land Assahan staat onder den sultan van Atjeh, hetgeen een onwaarheid is, aangezien in het land van Assahan de vlag van Atjeh niet wordt gevoerd en bovendien de sultan van Atjeh geene rechten heeft op de landen beoosten de rivier Temiang."

„Aangezien ook de radja van Assahan bij brief van 2 Rabinoelakir 1282 aan den resident van Riouw heeft verklaard te staan onder het gezag van den sultan van Atjeh, maar voorts geen afdoende opheldering heeft gegeven omtrent het gezag dat hem heeft gemachtigd oin in het land van Assahan of op vaartuigen van dat land de Engelsche vlag te voeren of te doen voeren, en ook niet heeft verklaard waarom een kruisboot van het Nederlandsch-Indische gouvernement door een hoofd van Assahan is aangevallen."

Sluiten