Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen slagen. De kolonel verweet hem zijn flauwhartig gedrag en verwees hem naar den krijgsraad.

Bichon vroeg nu naar Poeloepetak te mogen vertrekken; hij wenschte de blaam uit te wisschen, die een ander door momentaneele zinsverbijstering op onze wapens geworpen had. Andresen stond zijn verzoek toe, en gaf hem mondelings zijne instructiën in tegenwoordigheid van eenige officieren, die dezen zooveel mogelijk noteerden, daar het den kommandant aan tijd ontbrak ze schriftelijk te geven. Overgelukkig met zijn zending, brandend van verlangen om die roemrijk uit te voeren, en niets liever wenschende dan den vijand te ontmoeten en te tuchtigen, toog Bichon tegen i ure na den middag van den 8sten Mei per stoomboot het binnenland in. Zijn geheele detachement bestond uit 15 infanteristen en 4 artilleristen! Hiermede zou hij een bende van 150 hoofden verslaan, die volgens bericht ingescheept op ijzeren laadschouwen (toebehoord hebbende aan den directeur van het mijn-etablissement op Kalangan, den ongelukkigen Wijnmale) overal het land verwoestte, de blanken vermoordde en beroofde, en thans zich te Poeloepetak zou ophouden.

De nacht van 8 op 9 Mei werd bij Marahaban doorgebracht. In den avond van den 9^ bereikte men Palankie, vlak bij Poeloepetak gelegen. De civiele gezaghebber Maks, die zich mede aan boord bevond, poogde eenig bericht aangaande den vijand in te winnen door middel van de medegenomen zendelingen, die daar hunne woningen hadden. Deze werden aan wal gezonden, doch vonden de huizen verlaten; de bewoners vluchtten in de nabijgelegen wildernis en wilden niet terugkeeren, ofschoon hun toegeroepen werd dat zij niets te vreezen hadden en integendeel op bescherming konden rekenen. Het huis van den zendeling Zimmer was geheel leeggeplunderd; hier en daar zag men sporen van bloed, doch men hield dat van geiten afkomstig, waarop de inlanders verlekkerd zijn.

Sluiten