Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenant Bangert mij met brieven naar Soerapati en Ariapati. Den volgenden dag kwam Soerapati met een gevolg van vijftien personen, familieleden en mantri's, in één groote en verscheiden kleinere prauwen zich aanmelden.

„Ik maakte den luitenant Bangert opmerkzaam dat de prauwen onoverdekt waren, 't welk aanduidt dat men vijandelijkheden in den zin heeft, daar er in gewone omstandigheden onder een atappen dak gevaren wordt.

„Soerapati werd echter aan boord toegelaten; de prauwen met de roeiers moesten op eenigen afstand van de Onrust op stroom gaan liggen.

„Soerapati met zijne zoons en een schoonzoon, vier of vijf personen te zamen, gingen in de kajuit en bleven er een half uur bij de heeren Bangert en van de Velde. Ik bleef toen bij de overige tien man van het gevolg op dek; de andere officieren bevonden zich daar ook, spraken de mantri's toe en dronken met hen een glaasje drank. Sommige officieren waren ongewapend, eenige droegen den ponjaard.

„Inmiddels was het middag geworden; de matrozen verspreidden zich, de meesten gingen naar beneden. Slechts twee soldaten met geweren gewapend stonden rechts en links van het schip op post.

„Na afloop der conferentie, zag ik de heeren Bangert en van de Velde boven komen gevolgd door Soerapati en zijne vier of vijf zonen. Bangert was ongewapend, van de Velde droeg een ponjaard. Men bood Soerapati aan, hem het schip te laten zien. Van de Velde brengt Soerapati bij een stuk geschut, Bangert geleidt Ibon naar het andere. Eensklaps trekt deze zijn klewang, schreeuwt amok en brengt Bangert een slag toe waardoor hij nedertuimelt.

„Op hetzelfde oogenblik heeft Soerapati zijn geleider een klewanghouw toegebracht. Van de Velde trekt nog zijn ponjaard, werpt zich op Soerapati, verwondt hem aan het voorhoofd, doch wordt

Sluiten